Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.6

Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

Inleiding Het gaat hier om het zich verplaatsen in en om de woning. Verplaatsen in en om de woning kan op verschillende wijzen plaatsvinden, met een rollator, lopend met krukken, met een trippelstoel of met een rolstoel. Van deze voorzieningen valt uitsluitend de rolstoel onder de Wmo. De andere voorzieningen vallen onder andere wettelijke regelingen en zijn daarom op grond van artikel 2 Wmo uitgesloten. Een rolstoel voor incidenteel gebruik draagt bijna nooit bij aan dit resultaat, omdat die nu juist daar niet voor bedoeld is, maar voor verplaatsingen over langere afstanden elders, tijdens uitstapjes bijvoorbeeld (zie onder het achtste resultaat: hebben van contacten en deelname aan maatschappelijke activiteiten).Ingevolge artikel 4, lid 6 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning mag voor een rolstoel nooit een eigen bijdrage worden gevraagd. Afwegingskader Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat betekent dat het om verplaatsingen gaat die direct vanuit de woning worden gedaan. Daarom gaat het hier om ondersteuningsvragers die voor het dagelijks zittend verplaatsen zijn aangewezen op een rolstoel. Rolstoelen voor het zogenaamde ‘incidentele’ gebruik, waarbij de rolstoel in de auto wordt meegenomen om elders, bij het winkelen of bij uitstapjes, te gebruiken, vallen niet onder dit te bereiken resultaat en zullen dan ook ter beschikking komen dan wel zijn via een algemene voorziening in de vorm van een rolstoelpool. De sportrolstoel wordt niet gerekend tot een rolstoel voor het verplaatsen in en rond de woning. Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik, zal via een medisch en al dan niet ergotherapeutisch advies door het college een programma van eisen worden opgesteld. Een rolstoel kan door het college verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij verstrekking in natura vallen alle kosten van onderhoud en verzekering onder de verstrekking. Accessoires zijn extra’s die, in tegenstelling tot aanpassingen, niet noodzakelijk zijn om de rolstoel een adequate voorziening te laten zijn. Deze voorzieningen worden niet vergoed via de Wmo.We vergoeden accessoires wel als ze functioneel zijn voor het gebruik van de verstrekking (medisch noodzakelijk, niet algemeen gebruikelijk, noodzakelijk voor duurzaam en/of veilig gebruik). Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die betrokkene zou hebben gekregen als voorziening in natura als uitgangspunt genomen, alsmede de onderhouds- en verzekeringskosten (enkel op declaratiebasis). Ten aanzien van mantelzorgers zal door het college rekening worden gehouden met hun belangen. Een bewoner van AWBZ-instellingen die ingevolge artikel 5 van de Wet toelating zorginstellingen is erkend, komt slechts voor een rolstoel in aanmerking als hij via de AWBZ geen rolstoel krijgt. Hiervan zal sprake zijn als artikel 15 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ niet van toepassing is. Het college beoordeelt het soort zorginstelling, Wmo of AWBZ ( AWBZ is voorliggend). Het verzilveren van de beide functies (verblijf en behandeling ontvangen) in dezelfde instelling zijn redenen om een rolstoel vanuit de AWBZ aan te vragen en te ontvangen. Bij het verzilveren van alleen de functie verblijf komt de aanvrager in aanmerking voor een rolstoel in het kader van de Wmo. Voor het beoordelen of de ondersteuningsvrager in aanmerking komt voor een rolstoel verstrekt door de Wmo of AWBZ wordt altijd het zorgindicatiebesluit van de opname van de ondersteuningsvrager opgevraagd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel