Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.8

Resultaat 8: hebben van contacten en deelname maatschappelijke activiteiten

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

Inleiding Het laatste op grond van artikel 4, lid 1 Wmo genoemde resultaat is heel algemeen van aard. Het gaat hier om de mogelijkheid deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten, dat wil zeggen deel te kunnen nemen aan het leven van alledag. Een belangrijke voorwaarde hiervoor zit in een ander te bereiken resultaat: het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Afwegingskader Het college beoordeelt altijd eerst of andere, algemeen gebruikelijke, voorliggende en andere gemakkelijk zelf te realiseren voorzieningen mogelijk zijn. Kan ondersteuningsvrager bijvoorbeeld vervoersafspraken maken met andere bezoekers van bijvoorbeeld de vereniging of andere activiteiten waarvan hij lid is. Als het gaat om een vervoerprobleem zal het college eerst beoordelen of dit via het zevende resultaat opgelost kan worden. Om sociale verbanden te kunnen aangaan of te kunnen onderhouden, met bijvoorbeeld de ouders, kan het college een woonvoorziening verstrekken ten behoeve van het bezoekbaar maken van één woonruimte indien de ondersteunings-vrager zijn hoofdverblijf heeft in een AWBZ-instelling. Een sportrolstoel kan worden toegekend als ondersteuningsvrager lid is van een vereniging en via de sport het doel bereikt om sociale contacten op te bouwen of te onderhouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel