Naar hoofdinhoud

Artikel IV.

De Verordening langdurigheidstoeslag

Onderdeel van Tijdelijke regels aanscherping Wet Werk en Bijstand

Onderdelen A en B Op twee onderdelen is de wetswijziging voor de Verordening langdurigheidstoeslag van belang. Allereerst de nieuwe definities van de bijstandssubjecten en de huishoudtoets. Daarnaast de bepaling dat de inkomensgrens die voor het recht op langdurigheidstoeslag geldt maximaal 110% van de toepasselijke bijstandsnorm kan bedragen. Zie verder de toelichting bij de Re-integratieverordening. In de verordening wordt één van de normbedragen met betrekking tot de hoogte van de langdurigheidstoeslag gekoppeld aan ‘gehuwden’. Omdat dit begrip in de WWB is vervangen door het begrip ‘gezin’, moet dat ook in deze verordening worden aangepast. Dit wordt in onderdeel B geregeld. Onderdeel C Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand, wordt de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een alleenstaande (ouder). Dit blijft zo, als er sprake is van een gezin dat slechts uit gehuwden bestaat. In onderdeel C is tot uitdrukking gebracht dat als er tot het gezin een niet-rechthebbende behoort, dit slechts tot aanpassing van de hoogte van de langdurigheidstoeslag leidt als er slechts één rechthebbend gezinslid overblijft. Als één van de gezinsleden geen recht heeft en er blijven minstens twee meerderjarige gezinsleden over, wijzigt er in de hoogte van de langdurigheidstoeslag niets. Zij hebben in dat geval gewoon recht op hetzelfde bedrag. Onderdeel D Als gevolg van de intrekking van de WIJ is de betreffende passage aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel