Naar hoofdinhoud
1.. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: WWB met inbegrip van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), IOAW en IOAZ; WWB: Wet werk en bijstand; IOAW: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers: IOAZ: Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); uitkering: de uitkering voor levensonderhoud op grond van de WWB, Bbz 2004, IOAW en IOAZ; algemene bijstand: de bijstand bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de WWB; bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 5 onderdeel d. van de wet; bijstandsnorm: de op de belanghebbende van toepassing zijnde uitkeringsnorm inclusief toeslag/verlaging op basis van de Toeslagenverordening WWB en vakantiegeld ; netto grondslag: de van toepassing zijnde netto grondslag als bedoeld in artikel 5, derde tot en met zesde lid, van de IOAW/IOAZ; maatregel: het verlagen van de bijstandsnorm/netto grondslag op grond van artikel 18, tweede lid, van de WWB, artikel 20 IOAW en artikel 20 IOAZ; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk benadelingsbedrag; - het door de gemeente ten onrechte betaalde bedrag aan uitkering, eventueel verhoogd met het bedrag aan loonbelasting en premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente op grond van de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingsplichtig is en de inkomensafhankelijke bijdrage ingevolge de Zorgverzekeringswet - het bedrag van het te snel ingeteerde vermogen waardoor eerder of langer een beroep op een uitkering wordt gedaan; belanghebbende: persoon die een uitkering op grond van de wet heeft aangevraagd of ontvangt; indien het een gehuwde betreft, wordt onder belanghebbende elk van de echtgenoten verstaan. 2.. Voor zover niet anders is bepaald worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel