De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid,
van de Wet Toelating Zorginstellingen;
2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h,
van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in
artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
opvang Asielzoekers.
3. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf
forensenbelasting is verschuldigd;
4. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2012