In deze verordening wordt verstaan onder:
monumenten:
rijksmonumenten: panden en objecten die zijn opgenomen in het Monumentenregister zoals bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet 1988, danwel panden waaromtrent de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ingevolge artikel 3 van deze wet het voornemen tot plaatsing op de monumentenlijst heeft kenbaar gemaakt;
gemeentelijke monumenten:
panden en objecten die zijn opgenomen in de monumentenlijst zoals bedoeld in de Monumentenverordening 1990 van de gemeente Deventer, onder te verdelen in de volgende categorieën:
A: panden en objecten die vanwege hun bijzondere historische belang bescherming verdienen;
B: panden en objecten die hun waarde voornamelijk ontlenen aan hun ensemble-werking en om die reden bescherming verdienen;
C: panden en objecten die vanwege hun bijzondere karakter bescherming verdienen, zonder dat zij in aanmerking komen voor subsidie;
beeldbepalende panden:
panden en objecten die niet als monument zijn beschermd, maar die naar het oordeel van burgemeester en wethouders een kenmerkend onderdeel vormen van een stads- of dorpsgezicht dat krachtens artikel 35 van de Monumentenwet in de gemeente is aangewezen of vanwege het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen beschermingswaardig wordt geacht.
voorzieningen:
ingrepen aan een pand of object met het doel de monumentale delen er van te herstellen of te behouden;
kosten van de voorzieningen:
de door burgemeester en wethouders goedgekeurde of vastgestelde kosten van de voorzieningen voor het behouden of herstellen van de monumentale delen van een pand of object;
particulier bezit:
monumenten die niet in eigendom zijn van de gemeente of een andere instelling die in overwegende mate een publiekrechterlijke taak verricht;
woonhuismonumenten:
monumenten in gebruik als woning met de eventueel onder de woning gelegen bedrijfsruimte in één travee;
programma:
een door de gemeenteraad aan te wijzen programma, eventueel geografisch bepaald, waarvoor in een periode van één jaar vanaf het tijdstip van aanwijzing, een restauratiefondshypotheek als bedoeld in artikel 4 kan worden verstrekt.
onderhoudsplan monumenten:
een door burgemeester en wethouders goedgekeurd overzicht van onderhoudswerkzaamheden die gedurende de maximale looptijd van de lening als bedoeld in artikel 4 nodig wordt geacht, om het kwaliteitsniveau dat met het treffen van voorziening zal worden bereikt, te handhaven;