Door het personeel is over de voor toekenning van pensioen in aanmerking komende diensttijd aan de gemeente per jaar een bijdrage verschuldigd, berekend naar 2% der jaarwedde, vermeerderd met 5 1/2% van de jaarwedde, beperkt tot ƒ 3.000,, met dien verstande, dat over de diensttijd, vervuld voor 1 januari 1952, een bijdrage is verschuldigd, berekend naar 2% per jaar van de jaarwedde op de datum van het in werking treden dezer verordening. Onder jaarwedde wordt in dit artikel verstaan de wedde in de zin van de Pensioenwet 1922 (Staatsblad 240), voorzover die voor vergoeding door de gemeente in aanmerking komt.
Artikel 3