Naar hoofdinhoud
De betaling van de in artikel 3 genoemde bijdrage geschiedt door middel van inhouding op de jaarwedde en, zo nodig, op het pensioen. De inhouding van de over het jaar 1952 verschuldigde bijdrage geschiedt in drie zoveel mogelijk gelijke termijnen in de jaren 1953 tot en met 1955; de inhouding van de bijdrage, verschuldigd over diensttijd, vervuld voor het in werking treden van deze verordening, heeft plaats in tien zoveel mogelijke gelijke jaarlijkse termijnen, waarvan de eerste verschijnt in 1956. Op verzoek van belanghebbende kan inhouding in een korter tijdvak plaats vinden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel