Het college stemt de inburgeringsvoorziening, met uitzondering
van de inburgeringsvoorziening voor geestelijke bedienaren, af
op het startniveau en de vaardigheden, de persoonlijke
omstandigheden en de maatschappelijke positie van de
inburgeringsplichtige.
Indien de inburgeringsplichtige een voorziening gericht op
arbeidsinschakeling wordt aangeboden, draagt het college er zorg
voor dat de inburgeringsvoorziening op de voorziening gericht op
arbeidsinschakeling wordt afgestemd.
Een inburgeringsvoorziening kan, naast datgene dat in de wet is
geregeld, één of meer van de volgende onderdelen bevatten:
Nederlandse taalles;
Kennis van de Nederlandse samenleving;
Voorbereiding op en één maal kosteloze deelname aan het
inburgeringsexamen;
Individuele begeleiding door een casemanager;
Maatschappelijke begeleiding;
Activiteiten gericht op arbeid of de verwerving
daarvan;
Activiteiten gericht op een vervolgopleiding en/of
voorbereiding daarop;
Activiteiten gericht op participatie en gezin.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4
De samenstelling van de inburgeringsvoorziening
Onderdeel van Verordening Wet inburgering