Ingevolge het bepaalde in artikel 3, artikel 8 jo artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet en de artikelen 5.01 leden 1, 2 en 3, 5.02, 7.01 leden 1, 2 en 3, 7.02 lid 1 sub a en 7.04 lid 1 sub a van het Binnenvaartpolitiereglement, het innemen van ligplaats (ankeren en meren) te verbieden op het Grevelingskanaal, deel uitmakend van de vaarroute ‘Van Turfvaart naar Toervaart’;
Van dit verbod uit te zonderen:
- - die gedeelten van het Grevelingskanaal, waar, door middel van borden overeenkomstig de daartoe bestemde modellen van het BPR, is aangegeven dat:
- - voor een bepaalde categorie scheepvaart,
- - en/of voor een beperkte duur,
- - of anderszins,
- - het innemen van ligplaatsen is toegestaan;
- - voor het meren: wachtplaatsen bij sluizen en bruggen en verzamelplaatsen voor de konvooivaart uitsluitend voor schepen die wachten op gelegenheid tot schutten of doorlaten, voor maximaal de periode waarin niet wordt bediend;
- - jachthavens/-kaden voor de recreatievaart;
- - de als zodanig aangegeven passantenligplaatsen voor de op het onderbord aangegeven maximale verblijfsduur;
- - schepen, waaronder drijvende werktuigen en drijvende inrichtingen, uitsluitend voor zover zij zich met toestemming van of namens het college op de hierboven vermelde vaarwegen moeten begeven voor de uitvoering van werkzaamheden aan de vaarweg of bijbehorende waterstaatswerken, handhavingstaken of hulpverlening.
- - voor kleine open boten van maximaal 4,0 meter lengte en 1,5 meter breedte evenals kano’s aan de wegzijde van het Grevelingskanaal in de periode van 1 mei tot 1 oktober. Hierbij gelden de voorwaarden, dat het innemen van een ligplaats uitsluitend achter elkaar is toegestaan en deze ieder afzonderlijk aan voor- en achterzijde deugdelijk zijn vastgelegd aan de wal en geen hinder of gevaar veroorzaken voor het overige scheepvaartverkeer of het onderhoud aan de oever.