Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 39

Schriftelijke vragen

Onderdeel van Reglement van Orde van de gemeenteraad

Ieder lid kan vragen stellen aan het college of de burgemeester. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad, het college en commissieleden/niet-raadsleden worden gebracht, en op de website van de raad geplaatst. De antwoorden worden schriftelijk binnen een termijn van 30 dagen aan het betrokken lid medegedeeld, in afschrift aan de andere raadsleden en commissieleden/niet-raadsleden. Indien niet binnen de in het derde lid genoemde termijn een beantwoording heeft plaatsgevonden, zal aan het betrokken lid, bij het overschrijden van de termijn, hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling worden gedaan door het college of de burgemeester onder vermelding van de waarschijnlijk aansluitende termijn van beantwoording. De bevoegdheid als genoemd in het eerste lid komt ook commissieleden/niet-raadsleden toe, als bedoeld in de Verordening op de raadscommissies 2008.

Rechtspraak bij dit artikel