**1.1.** Milieu
Voor 2009 wordt, evenals voor 2008, gekozen voor één algemene hoofddoelstelling met betrekking tot de milieuhandhaving. De hoofddoelstelling voor 2009 wordt “inhaalslag controles agrarische bedrijven”. Uit de risicomodule/probleemanalyse, zoals omschreven in het Handboek professionalisering milieuhandhaving, zullen geprioriteerde branches worden bezocht. De branches die naar uit de analyse naar voren gekomen zijn:
agrarische bedrijven die geruime tijd niet zijn bezocht (> 5 jaar);
IPPC-bedrijven;
Bevi-bedrijven (Besluit Externe Veiligheid Inrichtingen);
aandachtsbedrijven Horeca, sport- en recreatie-inrichtingen;
loonwerkers.
Naast het benoemen van een hoofddoelstelling zijn tevens subdoelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen zijn mede gebaseerd op de doelstelling uit het “Milieubeleidsplan 2005 –2008”, waarin staat dat de organisatie zorgdraagt voor een adequaat niveau van toezicht op de naleving van wet- en regelgeving.
Hoofddoelstelling: Inhaalslag controles agrarische bedrijven
Toelichting
In het HUP voor het jaar 2008 is reeds aangegeven dat na de herindeling in 2001, het huidige milieu-automatiseringssysteem minimaal is gevuld. Daarbij komt dat geconstateerd is dat diverse agrarische bedrijven in met name Ambt Delden en Markelo reeds geruime tijd niet zijn bezocht. Om te komen tot een actueel overzicht met betrekking tot de agrarische bedrijfstak en daaraan gerelateerd de actualisatie van veebestanden is het wenselijk het project “inhaalslag controles agrarische bedrijven” ten uitvoer te brengen. Tijdens controles wordt gekeken of deze bedrijven nog in werking zijn, of het gebruik in overeenstemming is met het bestemmingsplan en of de milieuregelgeving juist wordt nageleefd. Omdat het een grote groep (ca. 400) bedrijven betreft, is wellicht de zwaarte van de individuele overtredingen op zich niet zo groot, maar vanwege de grote groep bedrijven kan er wel een ongewenst (milieu en of ruimtelijk) effect ontstaan voor de omgeving. In oktober 2008 is in de handhavingsweek een pilot uitgevoerd met betrekking tot de inhaalslag genaamd “handhaven voor elkaar”. Hierbij is gebruik gemaakt van de systematiek “slim handhaven”. Bedrijven zijn vooraf per brief in kennis gesteld van het feit dat er controles zullen plaatsvinden. De ervaringen met deze werkwijze zijn als zeer positief ervaren. Het blijkt dat door deze vorm van slim handhaven in relatief weinig tijd een grote groep bedrijven kan worden bezocht. In 2009 zullen op de hiervoor geschetste wijze 100, geruime tijd niet bezochte agrarische bedrijven worden gecontroleerd. Hiermee wordt in 1 jaar, 25% van de opgelopen achterstand weggewerkt.
Ondanks dat de doelgroep loonwerkers hoog geprioriteerd is, wordt er dit jaar geen controle-inzet gepleegd op deze doelgroep. In 2008 heeft namelijk “actie wastank” plaatsgevonden waarbij de doelgroep op projectmatige wijze is gecontroleerd. Voorts wordt ook in 2009 gemonitord hoe het naleefgedrag zich verhoudt met het naleefgedrag in voorgaande jaren.
1.1.1 Subdoelstellingen milieu
Naast de hoofddoelstelling is gekozen voor de volgende subdoelstellingen:
Relevante bedrijven voldoen aan de IPPC-richtlijn, in de Nederlandse terminologie, de Geïntegreerde Preventie en Bestrijding van Verontreiniging (GPBV) –richtlijn;
bedrijven die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen voldoen 100% aan de regelgeving waar het gaat om externe veiligheid;
alle aandachtsbedrijven worden bezocht.
Toelichting
Ad 1. De term IPPC staat voor integrated pollution prevention control. De IPPC-richtlijn is een Europese richtlijn, die geheel is omgezet in nationale wetgeving. Deze richtlijn heeft tot doel het realiseren van een geïntegreerde preventie en beperking van verontreiniging door in bijlage 1 van de richtlijn aangegeven activiteiten. In de Nederlandse wetgeving worden deze aangeduid als GPBV-installaties (Geintegreerde preventie en bestrijding bij vervuilende installaties). Uiterlijk 31 oktober 2007 dienden de GPBV-installaties milieuvergunningtechnisch in overeenstemming te zijn met de eisen zoals gesteld in de wet en regelgeving ter uitvoering van de GPBV-richtlijn. Bij oprichting of verandering van een inrichting moet meteen worden voldaan aan deze eisen. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt of er wel of niet sprake is van een GPBV-installatie.
Alle installaties die deel uitmaken van een inrichting moeten worden getoetst aan de best beschikbare technieken (BBT). Bij de bepaling van de BBT moeten wij rekening houden met de Regeling aanwijzing BBT-documenten. Met de in tabel 1 van deze regeling opgenomen documenten moet rekening worden gehouden, voor zover het GPBV-installaties betreft.
In de gemeente Hof van Twente betreft het momenteel 28 bedrijven die onder de richtlijn vallen waarvoor de gemeente Hof van Twente bevoegd gezag is. Het betreft 27 agrarische- en 1 industrieel bedrijf. 26 agrarische bedrijven zijn inmiddels voorzien van een milieuvergunning die GPBV-proof is. Voor 1 agrarisch bedrijf wordt momenteel nog een procedure ingevolge de Wet milieubeheer doorlopen. Het industriële bedrijf beschikt reeds over een vergunning die IPPC-proof is. Naar verwachting kan medio 2009 tot vergunningverlening worden overgegaan. De controlebezoeken die zullen plaatsvinden zijn er op gericht om te aanschouwen of stalsystemen conform BBT worden uitgevoerd. Waardoor wordt bepaald of de GPBV-inrichtingen in overeenstemming met de vergunningen (ofwel conform de GPBV-richtlijn) in werking zijn. Het geheel wordt projectmatig vormgegeven.
Ad 2. Het gemeentelijke externe veiligheidsbeleid “Bewuste veiligheid op maat”, vastgesteld door de raad op 27 maart 2007 en het daaraan gerelateerde meerjaren uitvoeringsprogramma 2007 - 2010. Het meerjarenprogramma externe veiligheid Overijssel (MEVO), heeft tot doelstelling om externe veiligheid structureel in te bedden in de gemeentelijke organisatie. Provinciale gelden worden ingezet conform het eerdergenoemde uitvoeringsprogramma. Mede omdat veiligheid een speerpunt is bij de handhaving in gemeente Hof van Twente, worden in projectvorm alle bedrijven die onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen in 2009 gecontroleerd (12 bedrijven).
In 2008 is een eerste aanzet gemaakt tot implementatie van het externe veiligheidsbeleid en de hieruit voortvloeiende handhaving. Doel is dat deze bedrijven in 2009 voor 100% voldoen aan de regelgeving waar het gaat om externe veiligheid.
Ad 3. Aandachtsbedrijven, waaronder een viertal horecabedrijven worden integraal gecontroleerd in 2009. De volledige lijst is opgenomen in bijlage 1.
**1.2.** Bouw- en woningtoezicht en Ruimtelijke ordening
Voor het eerst is bij de programmering van handhaving Bouw- en woningtoezicht en Ruimtelijke Ordening de risicomodule/probleemanalyse gebruikt. Naast prioritering middels de probleemanalyse worden voor de concrete toepassing, naleving en handhaving van Bouw- en woningtoezicht het door de raad in 2003 vastgestelde Handhavings- en bouwbeleidsplan in de vorm van het plan “Versterking zorgplicht Bouw- en woningtoezicht gemeente Hof van Twente” gehanteerd. Hierbij zijn bestuurlijke keuzen gemaakt in de mate en diepgang van toetsing, inspectie en handhaving. Daarbij is onder meer rekening gehouden met mogelijke risico’s en de daarbij behorende prioriteiten (bijvoorbeeld: constructieve veiligheid) en met de beschikbare middelen.
Uit de risicomodule/probleemanalyse,zoals omschreven in het Handboek professionaliseringMilieuhandhaving, zijn de volgende onderwerpen geprioriteerd:
bouwen zonder/afwijking van een vergunning;
controle op reguliere bouwvergunningen;
gebruik in afwijking van het bestemmingsplan;
slopen zonder of in afwijking van bestemmingsplan;
wijzigen monument zonder of in afwijking van een vergunning;
controle op sloopvergunning met asbest.
Hoofddoelstelling: Controleren van alle in 2009 afgegeven reguliere bouwvergunningen op met name veiligheidsaspecten
Toelichting
Anders dan bij milieuhandhaving is de “werkdruk” en de planning bovenal afhankelijk van het aantal verleende reguliere bouwvergunningen en van de aanvang van de bouwwerkzaamheden. Er is de laatste jaren een flinke toename van het aantal bouwaanvragen. Dit houdt in dat de “werkdruk” bij de handhavers toe is genomen en dat de intentie om op basis van het genoemde beleidsplan de inspecties te kunnen uitvoeren, onder grote druk staat. De huidige terugval in de nederlandse economische situatie kan er toe leiden dat in 2009 minder bouwvergunningen zullen worden aangevraagd. In dit uitvoeringsprogramma is daarmee echter geen rekening mee gehouden.
1.2.1 Subdoelstellingen Bouw-en woningtoezicht en Ruimtelijke ordening
Naast de hoofddoelstelling is gekozen voor de volgende subdoelstellingen:
Controle op alle sloopvergunningen met asbest;
controle op bouwen zonder of in afwijking van de vergunning.
Toelichting
De subdoelstellingen zijn gekozen op basis van de prioriteitstelling overeenkomstig de risicomodule/probleemanalyse. Gelet op de asbestproblematiek binnen de gemeente Hof van Twente zal in het kader van toezicht op veilig werken tijdens het te slopen object waarbij asbest vrijkomt stringent toezicht plaatsvinden, mede gelet op de risico’s voor de volksgezondheid.
De geprioriteerde aspecten hebben ook in grote mate te maken met het voorkomen en bestrijden van illegale handelingen.
1.2.2 Bouw –en woningtoezicht
Voor de toetsing van bouwaanvragen zijn werkprotocollen ontwikkeld. Risicobepalende factoren zijn bepalend geweest voor de mate waarin een bouwkundige toets van een bouwaanvraag plaatsvindt. Alleen deze getoetste bouwaanvraagonderdelen worden, conform de werkprotocollen, tijdens bouwtoezicht gecontroleerd. Deze werkwijze komt overeen met het huidige handhavings- en bouwbeleidsplan van 2003. In 2009 zal, in het kader van de Nota Integrale handhaving, de uitvoering van de bouwhandhaving nader worden onderzocht.
1.2.3 Ruimtelijke ordening
Wanneer tijdens een bouw- of milieucontrole wordt geconstateerd dat er sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan wordt de afhandeling hiervan door de betreffende handhaver opgepakt.
Daarnaast wordt er gehandhaafd op basis van het bestaand beleid:
Handhaving bij permanent bewoonde recreatieverblijven
Tot 2008 zijn veel verzoeken om gedoogbeschikkingen in het kader van permanente bewoning van recreatiewoningen behandeld. In 2007 is begonnen met het daadwerkelijk uitvoeren van controles bij recreatiewoningen en als gevolg hiervan het starten van handhavingsacties. Deze acties vloeien voort uit de nota “permanente bewoning van recreatieverblijven”. Voor het uitvoeren van controles is in de begroting een bedrag gereserveerd voor externe inhuur. Dit houdt in dat de handhaving niet drukt op de uren voor de Bwt-handhaving.
Naar verwachting worden in 2009 minimaal 60 controles worden uitgevoerd (5 per maand).
In het kader van diverse beleidsregels (VAB, Rood voor Rood) worden met initiatiefnemers privaatrechtelijke overeenkomsten gesloten om de uitvoering van het opgestelde landschapsplan te garanderen. Om te voorkomen dat initiatiefnemers ondertekening van de overeenkomsten uitsluitend zien als een formaliteit is handhaving in deze wenselijk. In de loop van 2009 zal dit onderwerp nader worden geconcretiseerd.
**1.3.** Algemene Plaatselijke Verordening, Bijzondere wetten en overige verordeningen
Gemeente Hof van Twente heeft geen expliciet beleid geformuleerd op het gebied van handhaving van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna APV) en overige verordeningen zoals bijvoorbeeld de Bomenverordening en de Afvalstoffenverordening. In 2008 was binnen de cluster handhaving geen capaciteit beschikbaar is om dit aspect van de fysieke leefomgeving te handhaven. In het kader van Integrale handhaving is door het college in 2008 een voorstel gedaan voor uitbreiding van de handhavingscapaciteit ten behoeve van APV-handhaving. Dit heeft geresulteerd in 1 extra Fte. Deze Fte zal worden ingezet in de vorm van een Buitengewoon Opsporings Ambtenaar (BOA). Hierbij wordt afstemming gezocht met de politie Hof van Twente. De politie heeft in 2008 aangegeven dat deze handhavingstaken niet passen binnen de prioriteiten die zij heeft gesteld. De politie heeft aangegeven dat zij onvoldoende capaciteit heeft om alle toezicht en de handhaving hiervan op zich te nemen en geeft geen prioriteit aan het inzetten van extra capaciteit. De politie handhaaft voor wat betreft de APV/bijzondere wetten voornamelijk op aspecten waar meer zwaarwegende openbare orde of strafrechtelijke aspecten aan vast zitten. Het is dus aan de gemeente om te bepalen hoe wordt omgegaan met de “kleinere” overtredingen”, die overigens veel ergernissen kunnen opleveren. Hierin kan de BOA een essentiële rol spelen. De politie heeft daarom aangegeven een voorstander te zijn van het aanstellen van een BOA.
Overtredingen van de APV en de Bomenverordening lenen zich bij uitstek voor een strafrechtelijke handhaving (lik op stuk). Door het aanstellen van een BOA schept de gemeente een belangrijke voorwaarde om strafrechtelijk tegen overtredingen van de APV en de Bomenverordening op te treden.
De risicomodule/probleemanalyse vormt de basis voor de prioriteitstelling inzake de handhaving op het gebied van de APV en bijzondere wetten.
Uit de probleemanalyse valt af te leiden dat zaken met betrekking tot leefbaarheid en veiligheid bijzonder hoog scoren, waaronder:
uitstalling op straat;
reclame-uiting/-vergunning;
hondenpoep;
evenementenvergunning > 500 personen;
terrassen;
zwerfafval;
ontheffing vuur stoken.
Gelet op aard en inhoud van de geprioriteerde taken zijn deze gebundeld tot de volgende doelstelling:
Doelstelling: Het vergroten van het gevoel van leefbaarheid en veiligheid bij inwoners van Hof van Twente
Toelichting
Op de kernavonden in het kader van het leefbaarheids- en veiligheidsonderzoek kwam onder andere naar voren dat hondenpoep en zwerfvuil tot de grootste ergernissen van de inwoners van Hof van Twente behoren. Daarnaast is het een feit dat reclameborden en de uitstallingen van winkels op trottoirs in verschillende kernen tot overlast en ergernis leidt.
Bovendien is het vermoeden dat opgelegde herplantverplichtingen in het kader van de Bomenverordening slecht worden nageleefd. Inwoners van de gemeente Hof van Twente verwachten dat de gemeente hiertegen optreedt. De werkzaamheden van een BOA zullen voornamelijk komen te liggen op het taakveld APV en Bomenverordening.
Ondanks het gegeven dat controle op evenementenvergunningen > 500 personen hoog scoort op basis van prioritering middels de risicomodule wordt hierop in 2009 geen gemeentelijke handhavingscapaciteit ingezet. De politie heeft deze evenementen hoog op haar prioriteitenlijst staan en heeft aangegeven hierop actief te gaan handhaven. Eveneens hoog geprioriteerd staat “ontheffing vuur stoken”. Naar verwachting wordt in het 1e kwartaal van 2009 door het College van gemeente Hof van Twente het “Ontheffingenbeleid voor het verbranden van gerooid en snoeihout” vastgesteld. Middels vaststelling van het genoemde beleid wordt aangesloten bij de daarvoor geldende systematiek van de Wet milieubeheer. Dit impliceert dat ook handhaving plaatsvindt op grond van de Wm en niet op grond van de APV. Afschriften van de ontheffingen worden toegezonden aan de cluster handhaving en de plaatselijke politie. Wanneer handhavers in het veld een vuur aantreffen wordt onderzocht of voor het betreffende vuur een ontheffing is verleend. Indien het een illegaal gestookt vuur betreft, wordt dit doorgeleid naar de politie. Aldus zijn hier geen extra handhavingsuren voor gereserveerd.
**1.4.** Brandweer
Op gebied van handhaving inzake brandweerzaken is zoals reeds aangegeven dat geen gemeentelijk beleid is geformuleerd.
De risicomodule/probleemanalyse vormt ook hier de basis voor de prioriteitstelling inzake de handhaving op het gebied van de brandweerzaken. De controleprioritering is als volgt:
campings;
woonzorggebouwen;
logiesgebouwen;
kinderopvang/basisscholen;
Gelet op aard en inhoud van de geprioriteerde taken zijn deze gebundeld tot de volgende doelstelling:
Doelstelling: Inhaalslag controle campings op veiligheidsaspecten
Toelichting
Gebouwen op campings zijn meldingsplichtig ingevolge het Gebruiksbesluit. Campingterreinen daarintegen vallen onder de gemeentelijke Brandveiligheidsverordening. Alle campings zijn in de afgelopen jaren bezocht. Uit deze bezoeken zijn tekortkomingen naar voren gekomen die opgeheven dienen te worden alvorens een melding overeenkomstig het Gebruiksbesluit of een Gebruiksvergunning kan worden verleend. De campings worden in 2009 opnieuw bezocht waarbij de nadruk komt te liggen op de veiligheidsaspecten. Vergunnings- en meldingsprojecten kunnen naderhand worden afgerond.