**1..** Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer en onderhoud van de weg;
het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
**2..** Het college kan met het oog op de belangen in het eerste lid en in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen.
**3..** Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
**4..** In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
**5..** Het verbod in het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
terrassen als bedoeld in artikel 2:28a;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.
**6..** Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor:
vormen van reclame die passen binnen de door het college vastgestelde beleidsregels;
vormen van reclame indien met de aanbieder een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten die voorziet in de plaatsing daarvan.
**7..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Wegenverordening provincie Fryslân.
**8..** Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Súdwest Fryslân