Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

VERVANGING

Onderdeel van Kaderverordening commissies van de raad 2002

1.. De raad kan naast leden één of meer plaatsvervangende leden voor een commissie benoemen. De plaatsvervangende leden vervangen de leden van de commissie bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis. In geval van gelijktijdige afwezigheid van leden en plaatsvervangend leden namens een fractie in raadscommissies, mag bij uitzondering voor die vergadering door een ander raadslid van die fractie worden deelgenomen. De voorzitter wordt hiervan voorafgaand aan de vergadering op de hoogte gesteld. 2.. De raad kan naast de voorzitter een plaatsvervangend voorzitter voor een commissie benoemen. De plaatsvervangend voorzitter vervangt de voorzitter van de commissie bij ziekte, afwezigheid of ontstentenis. 3.. In geval van gelijktijdige verhindering van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van een raadscommissie, wijst de voorzitter van de raad, zo mogelijk na overleg met het presidium, uit de raad een voorzitter aan voor die vergadering. 4.. Bij langdurige verhindering van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van de raadscommissie wordt door de raad uit zijn midden een tijdelijke waarnemer aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel