Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Toelichting wettelijk kader

Onderdeel van Beleidsregel Hogere Grenswaarde

Eerder in deze beleidsregel is kort het meest relevant wettelijk kader aangestipt. In deze bijlage wordt dieper ingegaan op de meest relevante wet- en regelgeving. Wet ruimtelijke ordening. Volgens artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) dient de overheid zorg te dragen voor een goede ruimtelijke ordening. Bij het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan of wijziging van een bestaand bestemmingsplan (inclusief een wijziging op basis van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening), moet daarom worden onderbouwd dat het bestemmen van een functie (activiteit) op een bepaalde plek mogelijk is binnen de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder. In de meeste gevallen is voor de ruimtelijke onderbouwing een akoestisch onderzoek nodig. Als uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van geluidgevoelige bestemmingen wordt overschreden, dient een hogere grenswaarde te worden aangevraagd. Dit is vastgelegd in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en in het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (BRO). Het akoestisch onderzoek kan eventueel worden gebruikt voor de onderbouwing van de aanvraag voor een hogere grenswaarde. Artikel 15 van het BRO legt expliciet een koppeling met de Wet geluidhinder en uitvoeringsbesluiten. In het bestemmingsplan moet worden aangegeven hoeveel woningen en gebouwen (komen te) liggen binnen zones langs wegen, spoorwegen of industrieterreinen. Dan kan worden bepaald of en voor welke woningen hogere waarden moeten worden aangevraagd. Tevens moet de hoogste toelaatbare geluidbelasting worden aangegeven. Bij een bestemmingsplanwijziging kan worden volstaan met de hoogste toelaatbare geluidbelasting voor woningen en gebouwen, die vallen onder de wijziging van het bestemmingsplan. Wet geluidhinder. De procedure hogere grenswaarde is vastgelegd in de Wet geluidhinder en de daarbij behorende wijzigings- en uitvoeringsbesluiten. Het nieuwe Besluit geluidhinder vervangt de oude Besluiten geluidhinder industrielawaai, wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. De procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde wordt apart, maar wel gelijktijdig met de procedure voor de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan c.q. de vaststelling van een artikel 19 WRO uitgevoerd. Voor de reconstructie van bestaande wegen en bestaande spoorwegen kan in sommige situaties ook een procedure hogere grenswaarde noodzakelijk zijn, zonder dat sprake is van een wijziging van het bestemmingsplan. In het nieuwe Besluit geluidhinder zijn geen ontheffingscriteria opgenomen voor de hogere grenswaarden. Het vaststellen van hogere grenswaarden dient echter nog steeds goed gemotiveerd te worden. Voor elke lawaaisoort geldt een voorkeursgrenswaarde en een maximaal toelaatbare waarde na ontheffing (grenswaarde). Daarbij is ook nog een differentiatie mogelijk naar het type geluidgevoelige bestemming (woningen, scholen, ziekenhuizen). Bouwbesluit (Woningwet). Het vaststellen van een hogere grenswaarde is alleen mogelijk als wordt voldaan aan het Bouwbesluit. Volgens het Bouwbesluit dient een minimum geluidniveau in woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen altijd gegarandeerd te zijn. De hoogst toelaatbare binnenniveaus kunnen verschillen naar het type bron en naar bestaande of nieuwe situatie. Bouwakoestisch onderzoek dient aan te tonen dat het wettelijk toelaatbare binnenniveau niet wordt overschreden. Zonodig moeten aanvullende geluidwerende voorzieningen worden getroffen. Interim-wet Stad- en milieubenadering De Interim-wet Stad- en milieubenadering biedt de mogelijkheid in bepaalde gevallen en onder strikte voorwaarden af te wijken van de maximale grenswaarden. Hiervoor is een zogenoemd stap 3-besluit nodig. Dit is alleen van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen en in uitzonderlijke gevallen bij het verhogen van de geluidbelasting als gevolg van een gezoneerd industrieterrein. Verder moet de gemeente altijd eerst de stappen 1 en 2 van de Interim-wet Stad en Milieu uitvoeren eer een stap 3-besluit kan worden genomen. Gedeputeerde Staten moeten dit besluit goedkeuren. Wet milieubeheer. Deze milieuwet is een kaderwet die op 1 maart 1993 in werking is getreden als opvolger van onder andere de Hinderwet. Met kaderwet wordt bedoeld dat de Wet milieubeheer met regelmaat wordt aangepast en dat daarin nieuwe hoofdstukken worden opgenomen ter vervanging van de huidige sectorale milieuwetten. Het streven is om de Wgh te zijner tijd op te nemen in de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer kent de algemene zorgplicht dat een ieder die weet dat zijn handelen negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, dat handelen in beginsel moet laten. Daarnaast kent de Wet milieubeheer een verbod in de zin dat bedrijfsmatige activiteiten die nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben niet zijn toegestaan zonder daartoe verleende vergunning of daartoe gedane milieumelding. Bij bedrijfsactiviteiten binnen bedrijven maar ook bijvoorbeeld bij activiteiten op industrieterreinen wordt het geluidaspect getoetst aan de specifieke regels uit de Wgh.

Rechtspraak bij dit artikel