Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Procedure

Onderdeel van Beleidsregel Hogere Grenswaarde

Inleiding, algemeen. In de meeste gevallen is de procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaardegekoppeld aan de vaststelling van een bestemmingsplan of een artikel 19 Wro-procedure. Initiatiefnemers kunnen ook geheel autonoom, dus niet gekoppeld aan een bestemmingsplanwijziging of artikel 19 Wro-procedure, een verzoek om een hogerewaarde indienen. Dit kan uiteraard alleen indien de reden voor het verzoek niet in strijd is met het bestemmingsplan. Door of namens de initiatiefnemer van het bestemmingsplan, bouwplan, de aanleg van een niet-regionaal industrieterrein of de aanleg c.q. reconstructie van een weg, wordt in de voorbereidingsfase een akoestisch onderzoek uitgevoerd. In het akoestisch onderzoek dient de geluidbelasting voor de relevante peiljaren in kaart te worden gebracht. Ook dient onderzocht te worden of bronmaatregelen en/of overdrachtsmaatregelen mogelijk en haalbaar zijn om de toekomstige geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde te beperken. Indien maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende doeltreffend zijn, kan een verzoek tot vaststelling van een hogere waarde worden opgesteld. De hogere grenswaarde procedure In de hogere grenswaarde procedure kunnen vijf fasen worden onderscheiden, namelijk de aanvraag, de beoordeling van de aanvraag door de gemeente, mogelijkheden voor inspraak, het besluit over de hogere waarde en eventueel bezwaar en beroep en de inschrijving van de hogere waarde in het register van Kadaster. Deze fasen zullen hierna beknopt worden toegelicht met uitzondering van inschrijving in het Kadaster, zie daarvoor hoofdstuk 2. Aanvraag. Voordat een formele aanvraag voor een hogere waarde wordt ingediend, vindt doorgaansvooroverleg plaats. In dit vooroverleg kan de gemeente op basis van de concrete situatie de aanvrager adviseren over enkele essentiële vereisten waaraan de aanvraag moet voldoen. Voorts is het van belang aan de volgende inhoudelijke punten aandacht te besteden tijdens het vooroverleg: geluidgevoelige bestemmingen; 30-kilometer wegen; cumulatie van geluid en de financiële onderbouwing. Met de aanvrager zullen ook afspraken worden gemaakt over de afbakening van het akoestisch relevante gebied. Hierbij gaat het vooral om het meenemen van alle relevante wegen, waaronder 30-kilometer wegen. Daarnaast is van belang dat een gevalideerd akoestisch model wordt gebruikt voor het akoestisch onderzoek. De aanvraag voor een hogere grenswaarde kan nu door verschillende partijen worden ingediend, waaronder door de gemeente zelf. In een vooroverleg is er tussen gemeente en aanvrager contact geweest over de uitvoering van het akoestisch onderzoek en over de informatie die moet worden aangeleverd. Aan het verzoek om vaststelling van een hogere grenswaarde zijn eisen gesteld. Het verzoek dient minimaal de volgende informatie te bevatten: de verzochte hogere waarde; de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen; de ruimtelijke onderbouwing; de financiële onderbouwing; een situatietekening van de onderzoekslocaties met inbegrip van de omgeving waarop alle geluidbronnen zijn weergegeven met een wettelijk vastgestelde zone die de onderzoekslocatie overlappen; een kaart van het bestemmingsplan met bijbehorende verklaring (niet bij een artikel 19 Wro-procedure; de resultaten van het akoestisch onderzoek. In een dergelijk onderzoek moeten de volgende onderwerpen behandeld zijn: de geluidbelasting op de woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, indien geen geluidreducerende maatregelen worden getroffen; de doeltreffendheid van maatregelen om te voorkomen dat de geluidbelasting in de toekomst boven de voorkeursgrenswaarde uitkomt; de doeltreffendheid van de maatregelen om te voldoen aan de vast te stellen hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting; de heersende geluidbelasting, indien het onderzoek betrekking heeft op reconstructie van een weg; indien relevant een overzicht van de gecumuleerde geluidbelasting; een verklaring dat maatregelen zullen worden getroffen om te voldoen aan het wettelijk binnenniveau (gevelmaatregelen). Het hoeft op het moment van het verzoek voor een hogere waarde nog niet gedetailleerd bekend te zijn welke maatregelen getroffen zullen worden. Aangezien de doeltreffendheid van maatregelen moet worden aangetoond, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de kosten van de maatregelen en de geluidreductie die daarmee kan worden bereikt. Beoordeling Na ontvangst van het verzoek voor vaststelling van een hogere grenswaarde, vindt de ambtelijke beoordeling plaats. Tijdens de beoordeling van het verzoek kan zonodig aanvullende informatie worden opgevraagd bij de aanvrager van de hogere grenswaarde.In het geval de gemeente de aanvraag indient én beoordeelt (ambtshalve vaststellenhogere grenswaarde) is het aan te bevelen een functionele scheiding te organiseren tussen de opsteller en de beoordelaar van de aanvraag. Bijvoorbeeld door de aanvraag te laten opstellen door een medewerker van een andere afdeling dan de afdeling die verantwoordelijk is voor de beoordeling (doorgaans de afdeling waar de akoestisch medewerker werkzaam is). De gemeente heeft wel vaker met deze situatie te maken, bijvoorbeeld als de gemeente aanvrager en verlener is van een milieuvergunning. Indien het verzoek hogere grenswaarden betrekking heeft op geluidgevoeligebestemmingen die gesitueerd zijn in een andere gemeente, zal afstemming over het verlenen van de hogere grenswaarde moeten plaatsvinden met deze gemeente. Deze afstemming kan worden uitgevoerd op ambtelijk niveau. Indien gemeenten op ambtelijk niveau niet tot overeenstemming kunnen komen, kan het overleg worden gevoerd op het niveau van burgemeester en wethouders. Verder kan de provincie worden ingeschakeld bij aanzienlijke meningsverschillen. Bij de beoordeling spelen verschillende criteria een rol. In ieder geval dient de aanvraag goed onderbouwd en gemotiveerd te worden. De gemeente zal de aanvraag minimaal beoordelen op stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke en financiële overwegingen. Als de aanvrager kan aantonen dat woningbouw ter plaatse noodzakelijk is en dat de bebouwing niet anders gesitueerd kan worden, is het in beginsel mogelijk om op basis van stedenbouwkundige argumenten en locatiespecifieke kenmerken, de ontheffing te verlenen. Daarbij dient aangegeven te worden of maatregelen de geluidbelasting kunnen beperken. Deze maatregelen kunnen stuiten op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Bij landschappelijke overwegingen valt bijvoorbeeld te denken aan het voorkomen van doorsnijdingen met geluidafschermende voorzieningen in een open landschap. Dit is altijd een locatiespecifieke afweging die goed gemotiveerd moet worden in de aanvraag. In de nieuwe Wet geluidhinder wordt sterker de nadruk gelegd op de financiële afweging van bron- en overdrachtsmaatregelen om te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaardeen de kosten van gevelmaatregelen bij het verlenen van een hogere waarde. Pas als duidelijk is dat de bron- en overdrachtsmaatregelen om te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde onacceptabel hoog zijn, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Als eerste worden de bron- en overdrachtsmaatregelen doorgerekend en pas daarna de gevelmaatregelen. Op basis van deze doorrekening kan worden bepaald welke maatregelen het meest doelmatig zijn. Wat wel en niet meer acceptabel is, is wettelijk niet vastgelegd. Daarin dient elke gemeente haar eigen afweging te maken. Het inzichtelijk maken vraagt wel dat er een eenduidig maatregelencriterium wordt gehanteerd. Met name in het kader van bijvoorbeeld saneringsmaatregelen zijn op basis van het Besluit geluidhinder maatregelencriteria beschikbaar. Voor niet saneringsituaties zal in overleg een criterium moeten worden geformuleerd. In het Besluit geluidhinder worden geen eisen meer gesteld aan de situering van geluidgevoelige ruimten, alsmede de tot de woning behorende buitenruimten, ten opzichte van de relevante geluidbron. De gemeente kan in haar beleid vastleggen in welke situaties zij daar toch een uitzondering op wil maken. Bijvoorbeeld als sprake is van cumulatie van geluid (geluidbron op de voor- en achtergevel van de woning) of als de geluidbelasting op de gevel meer bedraagt dan 58 of 63 dB. Het besluit hogere grenswaarde moet goed worden onderbouwd. In de oude Besluiten geluidhinder zijn criteria opgenomen waaraan een hogere grenswaarde verzoek kan worden getoetst. Deze criteria komen in het nieuwe Besluit geluidhinder volledig te vervallen. Elke gemeente kan zelf bepalen of een hogere waarde alleen in uitzonderlijke gevallen of altijd verleend kan worden. Het verlenen van een hogere grenswaarde moet wel goed worden gemotiveerd. De oude ontheffingscriteria bieden aanknopingspunten voor het onderbouwen van een ontheffingsbesluit. Het opnemen van ontheffingscriteria in gemeentelijk beleid kan de procedure voor het vaststellen van een hogere grenswaarde eenvoudiger maken. Voor het goed onderbouwen van de hogere grenswaarde moet duidelijk zijn welke afwegingen zijn gemaakt. Daarbij zijn name de volgende zaken van belang: uit het bestemmingsplan moet blijken dat alleen op de gekozen plaats nog kan worden gebouwd en dat er binnen de gemeente in de komende periode een bepaald aantal woningen moet worden gerealiseerd; vervolgens moet uit het akoestisch onderzoek blijken dat er overwegende bezwaren zijn de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde. Deze bezwaren moeten goed worden onderbouwd; verder moet worden bekeken of het vaststellen van hogere grenswaarden past binnen eerder genomen besluiten of nog te nemen besluiten, zoals het (vastgestelde) bestemmingsplan. Wanneer binnen een gemeente veel ontwikkelingen spelen waarvoor een hogere grenswaarde aangevraagd moet worden, kan het opstellen van geluidbeleid zinvol zijn. Dit beleid kan dan dienen als basis voor de besluitvorming met betrekking tot de hogere grenswaarden. Een gemeente is hierbij uiteraard vrij om gebruik te maken van de ‘oude’ ontheffingscriteria. Deze ontheffingscriteria zullen in het beleid goed gemotiveerd moeten worden en waar nodig verduidelijkt. Het is belangrijk de ontheffingscriteria zo te formuleren dat er slechts één interpretatie mogelijk is. Lokaal maatwerk is mogelijk als de gemeente een integrale geluidsniveaukaart opstelt in combinatie met gebiedsgerichte ontheffingscriteria. De gemeente kan dan aangeven voor welke gebieden zij een ‘stand still’ beleid voorstaat en dus geen hogere grenswaarde verzoeken in behandeling neemt. Daarnaast kunnen er gebieden worden aangewezen waar hogere geluidniveaus mogelijk zijn en waarbij de maximale grenswaarde kan variëren. Daarbij kan worden gedacht aan de volgende ontheffingscriteria die per gebied kunnen worden gespecificeerd: voor nog niet geprojecteerde woningen die gesitueerd zijn in gebieden die momenteel een geluidbelasting ondervinden van meer dan 48 dB Lden of 50 dB(A) Letmaal, kan een hogere waarde worden vastgesteld tot een niveau dat aansluit bij de vastgelegde geluidbelasting conform de geluidsniveaukaart; voor nog niet geprojecteerde woningen die gesitueerd zijn in gebieden die momenteel een geluidbelasting ondervinden van meer dan 48 dB Lden of 50 dB(A) Letmaal, kan een hogere waarde worden vastgesteld tot een niveau dat maximaal 3 dB hoger is dan de vastgelegde geluidbelasting conform de geluidsniveaukaart. Lokaal maatwerk met behulp van een integrale geluidsniveaukaart heeft een aantal voordelen. In een vroeg stadium van de planontwikkeling kan hiermee een adequate ruimtelijke onderbouwing worden gegeven, zodat wellicht een hogere grenswaarde verzoek niet nodig is. Immers bij de start van de ontwerpfase zijn er vaak meerdere mogelijkheden voor het invullen van een bepaald plan. Eventuele hogere grenswaarden kunnen dan wellicht nog worden beperkt door bron- of overdrachtsmaatregelen. Met het laten bekrachtigen van het ontheffingsbeleid (inclusief geluidkaart) door de gemeenteraad wordt voorkomen dat de gemeenteraad goedkeuring onthoudt aan een hogere grenswaarde tijdens de vaststelling van het bestemmingsplan. Ook biedt een dergelijke geluidkaart met ontheffingsbeleid een goed communicatiemiddelvoor afstemming met Gedeputeerde Staten en buurgemeenten. De gemeente die besluit ontheffingsbeleid op te stellen, dient vooraf een afweging te maken tussen de voor- en nadelen van algemene ontheffingscriteria en gebiedsspecifieke ontheffingscriteria. Beleid voor het verlenen van hogere grenswaarden is gericht op het oplossen van knelpunten. In veel gevallen zal de hogere grenswaarde kunnen worden verleend op basis van het vastgestelde beleid. Er zullen echter altijd situaties zijn waarin moet worden afgeweken van het vastgestelde beleid. Hierbij moet met name worden gedacht aan situaties die de gemeentegrens overschrijden en waarbij het beleid van beiden gemeenten op relevante punten conflicteert. Naast de gebruikelijke aandachtspunten voor de onderbouwing en motivatie zal ook aangegeven moeten worden waarom in een bepaald specifiek geval wordt afgeweken van het vastgestelde beleid. Indien vaak wordt afgeweken van het vastgestelde beleid, zal het beleid geëvalueerd moeten worden. Inspraak. Nadat het verzoek voor een hogere grenswaarde is beoordeeld en in aanmerking komt voor een Collegebesluit, dienen belanghebbenden hierover te worden geïnformeerd.Voor de inspraak van belanghebbenden bij de vaststelling van een hogere waarde wordt verwezen naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze procedure betekent onder meer dat: het voornemen tot vaststelling van een hogere waarde bekend wordt gemaakt in lokale bladen; een ieder in de gelegenheid wordt gesteld het ontwerpverzoek in te zien en schriftelijke opmerkingen te maken; een openbare zitting wordt gehouden, waarbij een ieder de gelegenheid wordt gegeven opmerkingen over het ontwerpverzoek te maken; een rapport wordt opgesteld van de wijze waarop de bevolking bij de totstandkoming van het hogere waarde verzoek is betrokken (inclusief verslag openbare zitting en schriftelijk gemaakte opmerkingen). Wanneer een hogere grenswaarde procedure gerelateerd is aan een vaststelling of herziening van het bestemmingsplan moet het besluit hogere grenswaarden samen met de bestemmingsplanwijziging ter inzage worden gelegd. Hoewel in artikel 110c lid 2 Wet geluidhinder niet expliciet vermeld staat dat deze gelijktijdige inzage ook geldt voor een artikel 19 Wro-procedure, moet ervan worden uitgegaan dat de wetgever dit wel als zodanig heeft bedoeld. Besluit Na inspraak wordt het verzoek voor een hogere grenswaarde door het college van B&W vastgesteld. De door het College vastgestelde hogere waarde moet in overeenstemmingzijn met het bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft in principe de mogelijkheid het bestemmingsplan niet vast te stellen of te herzien als zij niet akkoord wenst te gaan met de door het College van burgemeester en wethouders vastgestelde hogere grenswaarde. Om dit soort situaties te voorkomen is het verstandig beleid voor het verlenen van hogere waarde formeel vast te leggen. Ook is overleg tussen het College van burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten nodig bij hogere grenswaarden die door Gedeputeerde Staten worden vastgesteld en die betrekking hebben op een bestemmingsplan waarvoor de gemeenteraad bevoegd gezag is. De Vrom-inspectie hoeft geen advies uit te brengen bij het vaststellen van een hogere grenswaarde. Op het besluit van het college (of de gemeenteraad) tot vaststelling van een hogere grenswaarde staat volgens artikel 146 van de Wet geluidhinder beroep open bij de administratieve rechter overeenkomstig hoofdstuk 20 van de Wet milieubeheer. Indien de hogere grenswaarde is vastgesteld voor een gezoneerd industrieterrein, zal de zonebeheerder hierover zo spoedig mogelijk moeten worden geïnformeerd, zodat de hogere waarde ook kan worden vastgelegd in het zonebeheermodel. Interne organisatie. Ten behoeve van een juiste en zuivere belangenafweging (zowel aanvraag als vaststelling van hogere grenswaarden vindt plaats door de gemeente), is het van belang om activiteiten binnen de organisatie zoveel mogelijk te scheiden. Er dient sprake te zijn van een zuivere functiescheiding. Met andere woorden: het kan niet zo zijn dat degene die het verzoek tot het verlenen van een hogere grenswaarde indient, dezelfde is als degene die ook de beschikking (het besluit) tot het verlenen van de hogere grenswaarde voorbereid. Het tweede aspect waarmee rekening moet worden gehouden is de verdeling van taken en verantwoording over de hogere grenswaarde procedure. Het lijkt logisch dat voor hogere grenswaarden ten behoeve van bestemmingsplannen en artikel 19 Wro-procedures zonder bouwplan, de afdeling REO de aanvraag indient bij de afdeling V&H. Wanneer er sprake is van een artikel 19 Wro-procedure met bouwplan, dan verzorgt de afdeling V+H de coördinatie en begeleiding van de procedure. Bij reconstructie van wegen zou het initiatief voor de hogere grenswaarde procedure liggen bij de afdeling OW. Aan de hand van deze uitgangspunten zal de organisatie rond de procedure verder moeten worden uitgewerkt en worden bepaald hoe onafhankelijke besluitvorming op een verzoek gaat plaatsvinden. Procedure in schemavorm. In artikel 110c is bepaald dat op de voorbereiding van een besluit tot vaststelling van een hogere waarde de in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde procedure van toepassing is. Indien burgemeester en wethouders bevoegd zijn de hogere waarde vast te stellen en het besluit ten behoeve van de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt genomen, wordt het ontwerp van het hogere grenswaardenbesluit tegelijkertijd met het ontwerp van het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage wordt gelegd. Wanneer het besluit verband houdt met de toepassing van artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, kan het ontwerp van het besluit gedurende minimaal twee weken ter inzage worden gelegd. Belangrijk blijft dat de vaststelling/beschikking voor de hogere waarden niet later genomen mag worden dan de vaststelling van het bestemmingsplan. Hieronder is de procedure in een schema, in een tabel weergegeven met de termijnen die gelden voor de diverse onderdelen van de procedure. Tabel: Overzicht procedure en termijnen Actie Termijnprocedure Hogere GeluidWaarden Werkzaamheden gemeente Verlenging van de wettelijke termijn van 6 maanden (bijvoorbeeld bij onvolledige aanvragen) Binnen 8 weken na de ontvangst van de aanvraag Brief richting aanvrager Ter inzage ontheffingaanvraag en ontwerpbeschikking 6 weken of 2 weken bij een art. 19 WRO procedure De afdeling V+H stelt ontwerp-beschikking op en legt deze ter inzage. Tijdens de ter inzage termijn zal bij gebleken belangstelling een hoorzitting worden gehouden. Ontwerp bestemmingsplan/artikel 19 WRO en ontwerp hogere geluidwaarden moeten tegelijkertijd ter inzage worden gelegd. Eventueel een inspraakrapport over ingediende zienswijzen. Alleen inspraak door belanghebbenden. B&W neemt besluit Binnen 6 maanden na ontvangst aanvraag (tenzij aanvullende informatie is gevraagd opschorten termijn) Toezenden beschikking aan aanvrager en belanghebbenden. Beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na verzending beschikking

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel