Indien tengevolge van het niet functioneren - hieronder begrepen het
afgesloten zijn - van de ingevolge het Bouwbesluit verplicht aanwezige
voorzieningen tot het kunnen afvoeren van faecaliën, het kunnen
beschikken over drinkwater, het kunnen beschikken over gedistribueerd
gas en het kunnen beschikken over gedistribueerde elektriciteit een
onvoldoende veiligheid of een onvoldoende hygiëne aanwezig is, kunnen
burgemeester en wethouders gelasten het gebruik van het bouwwerk te
staken. Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een
woonwagen Indien in een besluit op
grond van artikel 13 van de Woningwet is bepaald dat het gebruik van een
gebouw op of behorende bij een standplaats moet worden gestaakt en
dientengevolge essentiële voorzieningen ten dienste van het bewonen van
een woonwagen buiten gebruik zijn gesteld, kunnen burgemeester en
wethouders gelasten het gebruik van de woonwagen te staken gedurende de
periode dat bedoelde voorzieningen niet functioneren.
Paragraaf 3 Gebruik
van bouwwerken, open erven en terreinenArtikel
7.3.1
(vervallen)Artikel
7.3.2 Hinder Het is verboden in, op of
aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te
plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te
laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:
overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van
het bouwwerk, het open erf of terrein;
op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof
of vocht of irriterend materiaal wordt verspreid of overlast
wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling
daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte,
dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of
terrein;
instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover
het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet
milieubeheer of enige in deze wet genoemde wet van toepassing
is.
Paragraaf 4 Het weren van
schadelijk of hinderlijk gedierte.
ReinheidArtikel 7.4.1
Preventie
Het normale onderhoud van een bouwwerk dient zodanig te
geschieden dat het bouwwerk zich in zindelijke staat bevindt.
Voorraden en afval dienen op zodanige wijze en plaats te worden
bewaard dat schadelijk of hinderlijk gedierte hierdoor niet
wordt aangetrokken.
Paragraaf 5
WatergebruikArtikel 7.5.1 Verboden gebruik van
water Het is verboden drink- en
werkwater, waarvan door burgemeester en wethouders schriftelijk is
medegedeeld dat het ondeugdelijk wordt geacht, te gebruiken.
Paragraaf 6
InstallatiesArtikel
7.6.1 Gebruiksgereed houden van
installatiesInstallaties in of nabij
een bouwwerk, waarvan het Bouwbesluit en/of de Bouwverordening de
aanwezigheid verplicht stelt, moeten in een goede staat verkeren, zodat
daarvan een onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
8 SlopenParagraaf
1
SloopvergunningArtikel 8.1.1
Sloopvergunning
Het is verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens
daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een
vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning).
De in het eerste lid bedoelde vergunning is niet vereist indien
naar redelijke schatting de hoeveelheid sloopafval niet meer zal
bedragen dan 10 m3, tenzij het slopen mede betreft het
verwijderen van asbest. Voorts is geen vergunning vereist voor
het slopen ingevolge een besluit op grond van artikel 13 van de
Woningwet, dan wel een besluit tot toepassing van bestuursdwang
of oplegging van een last onder dwangsom. Burgemeester en
wethouders kunnen aan deze aanschrijving voorwaarden verbinden
als bedoeld in het derde lid.
Burgemeester en wethouders verbinden aan de sloopvergunning
slechts voorschriften over:
de veiligheid tijdens het slopen;
de bescherming van nabijgelegen bouwwerken;
het scheiden en het op de sloopplaats gescheiden houden
van het sloopafval, ten minste inhoudende een scheiding
in een fractie asbest, een fractie gevaarlijk afval en
een fractie overig afval;
het voor de aanvang van de sloopwerkzaamheden overleggen
van de gegevens als bedoeld in artikel 8.1.2, tweede
lid, letter c, voor zover deze gegevens niet reeds zijn
overgelegd.
De voorschriften over het sloopafval, als bedoeld in het derde
lid, onder letter c, kunnen eisen bevatten omtrent het selectief
slopen, de fracties waarin wordt gescheiden, de tijdelijke
opslag op het sloopterrein en het in fracties gescheiden
verpakken van het sloopafval op het sloopterrein. Burgemeester
en wethouders verbinden aan de sloopvergunning met betrekking
tot asbest voorschriften over het afzonderlijk gereed maken
daarvan voor de afvoer van het sloopterrein en over de termijn
waarbinnen dit moet plaatsvinden;
De vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet
indien in een tijdelijke bouwvergunning voor een seizoengebonden
bouwwerk voorschriften zijn gesteld over het slopen van het
tijdelijke bouwwerk als bedoeld in het zesde lid van artikel 45
van de Woningwet.
Artikel 7.2.2
Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne
Onderdeel van Bouwverordening