**1..** Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruikmaken van
een door of vanwege burgemeester en wethouders vastgesteld
formulier.
**2..** De aanvraag moet inhouden:
correspondentieadres van de aanvrager in Nederland;
indien een gemachtigde is aangewezen, diens naam en adres;
naam en adres van degene, die met het slopen zal worden
belast;
de kadastrale aanduiding van het perceel, waarop zich het te
slopen bouwwerk bevindt en het huisnummer van het bouwwerk.
Indien de sloopwerkzaamheden bestaan uit asbestverwijdering
van meer dan één bouwwerk in het kader van hetzelfde
project, wordt een lijst met bedoelde kadastrale
aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende bouwwerken
bijgevoegd, welke lijst ingevolge het negende lid is
gewaarmerkt;
een exacte aanduiding van het gedeelte van een bouwwerk
waarop de sloopwerkzaamheden betrekking hebben, indien niet
het gehele bouwwerk wordt gesloopt;
het doel, waarvoor het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte
van het bouwwerk laatstelijk is gebezigd;
mededeling of een bouwvergunning is of zal worden
aangevraagd voor een op het perceel van het te slopen
bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk op te
richten of te veranderen of uit te breiden bouwwerk;
een beschrijving van de wijze waarop het slopen zal
plaatsvinden; en voorts, indien van toepassing:
het sloopveiligheidsplan.
**3..** In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te zijn
indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt
overgelegd:
een afschrift van een asbestinventarisatierapport,
uitgevoerd door een deskundig asbestonderzoeksbedrijf,
waaruit blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen
bouwwerk bevindt;
een asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór 26 februari 1998
dat voldoet aan de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit
blijkt dat er zich geen asbest in het te slopen bouwwerk
bevindt; indien het bedoelde asbestonderzoeksrapport is
opgesteld vóór 1 januari 1994, dient tevens een
schriftelijke verklaring van de aanvrager te worden
overgelegd dat er geen veranderingen van het te slopen
bouwwerk hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende
materialen zijn toegepast;
een schriftelijk bewijsstuk dat het te slopen bouwwerk is
gebouwd na 1 juli 1993;
bij woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing
vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en
bijgebouwen: een schriftelijke verklaring van de bouwer van
het te slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft
toegepast, alsmede een schriftelijke verklaring van de
aanvrager dat er sinds het tijdstip van de bouw geen
veranderingen hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende
materialen zijn toegepast;
bij sloop van bepaalde materialen: een schriftelijke
verklaring van de fabrikant of de leverancier dat het te
slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede een
schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het materiaal
van deze fabrikant of leverancier afkomstig is;
**4..** Indien – gelet op het derde lid – wordt vermoed dat het bouwwerk
asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs kan weten dat
zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met een
asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf aangetoond of
dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien geen
asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf wordt
overgelegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens worden overgelegd
waaruit blijkt of asbest aanwezig is, en zo ja, waar dit asbest zich
bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan indien
de aanvraag sloopvergunning uitsluitend betrekking heeft op
het verwijderen van asbest op in de aanvraag aangeduide
plaatsen, of
een asbestonderzoeksrapport als bedoeld in lid 3, onder b
bij de aanvraag is gevoegd.
**5..** Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt dat
een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een bouwwerk
is verontreinigd met de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van
hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling
Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17 augustus 2001, nr. 159,
blz. 9), dient een onderzoek te worden ingesteld naar de
vermoedelijke verontreiniging en moet het rapport met de uitslag van
dit onderzoek bij de aanvraag om sloopvergunning worden gevoegd.
**6..** De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in 3 voud
worden ingediend.
**7..** De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
Nederlands zijn gesteld.
**8..** De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij
betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met elkaar
samenhangende terreinen dan wel indien zij betrekking heeft op
asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het kader van
hetzelfde project.
**9..** De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden moeten
door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan wel
gewaarmerkt worden.
**10..** Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk betreft,
moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden de
bestaande en de nieuwe toestand duidelijk blijken.
**11..** De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders een
bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van
ontvangst is vermeld.
**12..** Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het
voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op
asbest.
**13..** Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor geen
sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen betrekking
heeft op asbest, aangemerkt als melding als bedoeld in artikel
8.2.1.