Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

begripsomschrijvingen

Onderdeel van Wmo-voorzieningen verordening Nieuwegein 2012

In deze verordening wordt verstaan onder: wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; besluit: het Besluit Individuele Wmo voorzieningen gemeente Nieuwegein waarin door het college van burgemeester en wethouders nadere regels worden gesteld ten aanzien van de voorwaarden waaronder een voorziening wordt verstrekt en de bijbehorende financiële voorwaarden; college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein; compensatiebeginsel: de algemene verplichting aan het college, bedoeld in artikel 4, eerste lid van de wet, om voor personen met een beperking, een chronisch psychisch of psychosociaal probleem een situatie te creëren waardoor zij in staat worden gesteld tot het voeren van een huishouden, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Het college doet dit door te verwijzen naar algemene of collectieve voorzieningen dan wel het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet en deze verordening; informatie en advies: op verzoek van een burger verstrekken van informatie en advies over maatschappelijke ondersteuning; gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen; aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meer (individuele) voorzieningen om het resultaat te bereiken in het kader van deze verordening; belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zich zelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een verzoek kan doen voor een gesprek of een aanvraag doet of laat doen; psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijke verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving; mantelzorger: een persoon, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep langdurige, meer dan 8 uur per week en langer dan 3 maanden, zorg verleent aan een hulpbehoevende persoon uit diens directe omgeving, welke zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijk zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de wet; gebruikelijke zorg: de zorg die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken; maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, waaronder in ieder geval wordt begrepen het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning het zich in en om de woning verplaatsen, het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen, het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; algemene voorziening: een voorziening, niet specifiek gericht op personen met een beperking, die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt en die niet door het college wordt verstrekt of beheerd. Het college kan ernaar verwijzen; algemeen gebruikelijk: een voorziening die niet speciaal voor mensen met een beperking bedoeld is en ook door anderen gebruikt wordt, gewoon in de winkel te koop is en niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten; collectieve voorziening: een voorziening die is bestemd voor een specifieke doelgroep, die wordt geleverd met een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle en regelarme oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt. Een collectieve voorziening kan individueel  worden verstrekt of er kan naar worden verwezen als voorliggende voorziening; voorliggende voorziening: een verzamelnaam voor alle voorzieningen buiten deze verordening waar een belanghebbende aanspraak op kan maken dan wel een beroep op kan doen ter oplossing van de hulpvraag. Hieronder vallen de algemene voorzieningen, privaatrechtelijke voorzieningen en overige wettelijke voorzieningen; individuele voorziening: een voorziening die door het college wordt verstrekt ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 van de wet; voorziening in natura: een tegemoetkoming, in de vorm van goederen in bruikleen, in eigendom of een persoonlijke dienstverlening; persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven; financiële tegemoetkoming: een geldbedrag ten behoeve van de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op de kosten van de voorziening en het inkomen van de aanvrager; eigen bijdrage: een door het college vast te stellen geldbedrag bij de verstrekking van een voorziening in natura of een persoongebonden budget die door de belanghebbende zelf betaald moet worden; w. eigen aandeel in de kosten: een door het college vast te stellen geldbedrag bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming die door de belanghebbende zelf betaald moet worden; meerkosten: de kosten voor niet noodzakelijke, maar door een belanghebbende gewenste extra’s aan de voorzieningen welke voor rekening komen van de belanghebbende; budgethouder: een persoon aan wie een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording verschuldigd is over de besteding van het persoonsgebonden budget; inkomen: het inkomen bedoeld in artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning; ICF classificatie: International Classification of Functions, Disabilities and Impairments: een uniform begrippenkader dat als grondslag wordt gehanteerd om de behoefte aan voorzieningen in een individueel geval vast te stellen, met dien verstande dat hierbij onderscheid wordt gemaakt in stoornis, beperking of participatieprobleem; hoofdverblijf: de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt en waar deze in beginsel is ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie van de gemeente Nieuwegein.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel