Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2

Voorwaarden toekennen van individuele voorzieningen

Onderdeel van Wmo-voorzieningen verordening Nieuwegein 2012

1.. Een voorziening wordt alleen toegekend als: de belanghebbende niet of niet voldoende in eigen oplossingen kan voorzien: een algemene of collectieve voorziening geen of onvoldoende oplossing biedt; er geen voorliggende voorziening is; de noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij niet voorzienbare kortdurende hulp bij het huishouden tot het te bereiken resultaat leidt; deze naar objectief geldende maatstaven de goedkoopst compenserende voorziening is; deze in overwegende mate op het individu is gericht waarbij rekening wordt gehouden met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager; de belanghebbende zich niet misdraagt jegens de dienstverlening die gekoppeld is aan de voorziening, dan wel misbruik maakt van de voorziening. 2.. Geen voorziening wordt toegekend als: de voorziening algemeen gebruikelijk is; de belanghebbende niet in de gemeente Nieuwegein woont; de voorziening voor een groot deel van de tijd wordt gebruikt in het buitenland; de aanvraag betrekking heeft op de kosten die de belanghebbende heeft gemaakt voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken en niet meer is na te gaan of de voorziening de goedkoopst compenserende oplossing is; de voorziening waarop de aanvraag betrekking heeft al eerder in het kader van enig wettelijke regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen. 3.. Het college kan in het Besluit Individuele Wmo Voorzieningen nadere regels stellen over onderdelen g van het eerste lid en c en g van het tweede lid.

Rechtspraak bij dit artikel