Voor de privaatrechtelijke vorderingen gelden het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingen en het Burgerlijk Wetboek (BW) als wettelijk kader. De gemeente heeft in dit proces geen bijzondere bevoegdheden ten opzichte van andere natuurlijke- en rechtspersonen, zoals dat bij het publiekrechtelijke invorderingsproces wel het geval is.
Eén van de belangrijkste gevolgen hiervan is dat de gemeente in het invorderingsproces geen recht van parate executie heeft (tenzij hypotheek- of pandrecht), maar gewoon gebruik zal moeten maken van gerechtsdeurwaarders en gerechtelijke vonnissen.
Artikel 3
Van toepassing zijnde wettelijke bepalingen
Onderdeel van Leidraad privaatrechtelijke invordering