De invordering geschiedt centraal en wordt uitgevoerd door de ambtenaar belast met de invordering zoals bedoeld in de gemeentewet artikel 231 lid 2 onderdeel c en zoals aangewezen bij aanwijzingsbesluit.
De medewerker invordering is bevoegd om zowel telefonisch, mondeling als schriftelijk op te treden namens de invorderingsambtenaar, waarbij op dezelfde wijze dient te worden opgetreden als ware hij/zij de invorderingsambtenaar met uitzondering van de functiespecifieke taken.