Het college kan:
- - modellen vaststellen voor de bescheiden bedoeld in artikel 9;
- - richtlijnen vaststellen waaraan programma's van activiteiten en de financiële stukken dienen te voldoen;
- - binnen een door hem te bepalen termijn overlegging van andere stukken of anderszins nadere informatie verlangen indien hij dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht.