Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 23

Schadevergoeding

Onderdeel van Monumentenverordening 1997

1.. Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van: de weigering van burgemeester en wethouders een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument te verlenen als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van deze verordening; voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een vergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument; schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent de gemeenteraad hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe. 2.. Ten aanzien van de behandeling van de verzoeken geldt de volgende regeling: Indien een belanghebbende meent, dat het in artikel 22 lid 1 bepaalde op hem van toepassing is, kan hij zich voor het bepalen van de in genoemd artikel bedoelde schade en van de vergoeding daarvan bij gemotiveerd verzoekschrift tot de gemeenteraad wenden. De gemeenteraad kan binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek, schadevergoeding weigeren zonder toepassing te geven aan het gestelde onder artikel 22, lid 2.c en volgende. De in het voorgaande lid genoemde termijn kan door de gemeenteraad eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd. Een afschrift van het besluit, als bedoeld in artikel 22. lid 2.b.1 wordt de verzoeker zo spoedig mogelijk bij aangetekende brief toegezonden. 3.. Indien geen toepassing heeft plaatsgevonden van het gestelde onder artikel 22. lid 2.b. geeft de gemeenteraad aam de schadebeoordelingscommissie onder toezending van het verzoekschrift opdracht ter zake advies uit te brengen. De in het voorgaande lid bedoelde opdracht geschiedt binnen een maand na het verstrijken van de –eventueel verlengde- termijn, bedoeld in het gestelde onder artikel 22. lid 2.b. 4.. Als schadebeoordelingscommissie treedt op de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken te Rotterdam. 5.. De schadebeoordelingscommissie stelt zowel de verzoeker of zijn gemachtigde als een of meer vertegenwoordigers van de gemeente in de gelegenheid hun standpunt uiteen te zetten. De schadebeoordelingscommissie gaat allereerst na of naar haar mening de verzoeker ten gevolge van het toepassen van deze verordening schade lijdt, welke redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven. Zij vermeldt het resultaat van dit verzoek met de beweegredenen in haar rapport. Leidt dit onderzoek tot een bevestigende beantwoording, dan berekent de schadebeoordelingscommissie de ten laste van de verzoeker blijvende schade en de billijke schadevergoeding. De schadebeoordelingscommissie brengt schriftelijk advies uit aan de gemeenteraad binnen vier maanden na de beslissing van de raad het verzoekschrift in handen van de schadebeoordelingscommissie te stellen. Gelijktijdig zendt de schadebeoordelingscommissie een afschrift van het advies aan de verzoeker. Binnen drie maanden nadat de schadebeoordelingscommissie het advies, genoemd in het vorige lid heeft uitgebracht, beslist de gemeenteraad. Indien de raad een schadevergoeding vaststelt, bepaalt hij of deze in geld dan wel op andere wijze zal worden geregeld. Tevens bepaalt hij de datum voor welke de vergoeding moet zijn uitbetaald of geregeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel