1. 1. Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen.
  2. 2. Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
    • - bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
    • - bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het stads- of dropsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht;
    • - onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen, erfscheidingen – niet zijnde een bouwwerk – te wijzigen.
  3. 3. Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het tweede lid zijn, totdat een beschermd bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikel 10 tot en met 13 van overeenkomstige toepassing.