Gedragingen van belanghebbenden waarmee de uit de wet voortvloeiende verplichtingen niet of onvoldoende is nagekomen, dan wel waardoor tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan is betoond door het niet aanvaarden of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid dan wel gesubsidieerde arbeid, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
categorie 1: het niet, niet tijdig of onvolledig voldoen aan administratieve verplichtingen in verband met het recht op bijstand of de daaraan verbonden plicht tot arbeidsinschakeling;
categorie 2: het niet of onvoldoende meewerken aan (de voorbereiding op) de arbeidsinschakeling en activering, waaronder begrepen: onderzoek naar de mogelijkheden daartoe, of deze belemmeren, dan wel niet of onvoldoende meewerken aan het bewerkstelligen van mogelijke vermindering van het bijstandsrecht en niet of onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van het uitvoeringsplan en of plan van aanpak;
categorie 3: het niet, of niet tijdig verstrekken van informatie of het verstrekken van onjuiste of onvolledige informatie die leidt tot het ten onrechte toekennen of tot het ten onrechte te hoog verlenen van de bijstandsuitkering;
categorie 4:
het door eigen toedoen niet verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid dan wel een andere vorm van inkomen;
het door houding en gedrag er ondubbelzinnig blijk van geven de verplichtingen bedoeld in artikel 9, eerste lid onderdeel b WWB, niet te willen nakomen, wat heeft geleid tot het intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 9a lid 1 WWB;
het niet of onvoldoende mee (willen) werken aan een reïntegratietraject indien dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van het reïntegratietraject.
Hoofdstuk 1
Artikel 5
Indeling in categorieën van verwijtbare gedragingen
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB