Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Hoogte en duur van de afstemming

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB

Onverminderd het bepaalde in artikel 2 lid 2 wordt de verlaging op de bijstand, als bedoeld in artikel 5 gedurende een maand vastgesteld op: € 50,00 bij een gedraging uit categorie 1; € 200,00 bij een gedraging uit categorie 2; - € 50,00 bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag lager is dan € 500,00; - € 150,00 bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 500,00 maar lager is dan € 1.500,00; - € 350,00 bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 1.500,00 maar lager is dan € 3.500,00; - € 600,00 bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag groter dan of gelijk is aan € 3.500,00 maar lager is dan € 6.000,00; bij een gedraging uit categorie 3, waarbij het benadelingsbedrag groter is dan € 6.000,00; en waar geen aangifte bij het Openbaar Ministerie wordt gedaan, vindt een verhoging plaats van € 300,00 per € 3.000,00 of gedeelten daarvan; de gehele bijstandsnorm bij een gedraging uit categorie 4. In afwijking van het gestelde in het eerste lid bedraagt de verlaging niet meer dan het maandbedrag dat voor bijstand in aanmerking komt. In afwijking van het eerste lid wordt van het opleggen van een maatregel afgezien: zolang de maatregelwaardige gedraging wordt onderzocht door het Openbaar Ministerie; zodra ter zake van de gedraging een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen. Het college kan jaarlijks per 1 januari de bedragen als genoemd in lid 1 aanpassen door middel van indexering. De bedragen na indexering worden naar boven afgerond op een veelvoud van € 5,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel