**1..** Onder de in artikel 1, lid 3 genoemde kosten van voorzieningen worden in elk geval begrepen;
de aanneemsom;
het honorarium van de architect en de constructeur en de kosten van het dagelijks toezicht naar evenredigheid van verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten;
de leges naar evenredigheid van verhouding tussen de subsidiabele en niet-subsidiabele restauratiekosten;
de verschuldigde omzetbelasting, mits deze niet verrekenbaar is;
installaties ter voorkoming van brand of blikseminslag voorzover deze door burgemeester en wethouders zijn voorgeschreven,
indien een eigenaar zelf werkzaamheden in het kader van een restauratie verricht, zijn diens loonkosten niet subsidiabel, tenzij hij de werkzaamheden verricht in het kader van een door hem gedreven onderneming.
**2..** Tevens kan het treffen van andere voorzieningen waarvan de uitvoering in verband met de architectuur-historische waarde van het monument en deze door burgemeester en wethouders noodzakelijk worden geacht, mits die voorzieningen gelijktijdig met de onder in artikel 1, lid 3 bedoelde werkzaamheden worden uitgevoerd, subsidiabel worden gesteld.