Afdeling 4.4.3 van de Awb en artikel 27 van de wet bepaalt dat het recht
tot dwanginvordering en het recht tot verrekening verjaren door verloop
van vijf jaren:
na de aanvang van de dag volgende op die waarop die
belastingaanslag geheel invorderbaar is;
dan wel - als dit tot een later tijdstip leidt - vijf jaren na
de aanvang van de dag volgende op die waarop de ontvanger de
laatste akte van vervolging heeft betekend (stuiting van de
verjaring);
verjaring van belastingteruggaven.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt limitatief in welke gevallen er
sprake is van verlenging van de verjaringstermijn (schorsing van de
verjaring).
Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de
mogelijkheid om in te vorderen door middel van een dagvaarding.
In aansluiting op artikel 27 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
versnelde invordering en verjaring;
aansprakelijkgestelden en verjaring;
stuiting van de verjaring;
schorsing van de verjaring;
afstand van verjaring;
rente en kosten en verjaring.
27.1. Versnelde invordering en verjaring
Als de invordering is aangevangen met toepassing van artikel 10 van de
wet begint de verjaringstermijn te lopen op het moment dat de
belastingaanslagen onmiddellijk en tot het volle bedrag invorderbaar
werden. De oorspronkelijke vervaldag heeft op dat moment voor de
verjaring geen belang meer.
27.2. Aansprakelijkgestelden en verjaring
Een aansprakelijkheidsschuld (beschikking ex artikel 49 van de wet) is
niet voor zelfstandige verjaring vatbaar. Door verjaring van de
belastingaanslag terzake waarvan aansprakelijk is gesteld, eindigt ook
het recht van dwanginvordering en verrekening van de
aansprakelijkheidsvordering.
27.3. Stuiting van de verjaring
Als de betekening van een dwangbevel uitsluitend plaatsvindt om de
verjaring te stuiten, dan licht de ontvanger de belastingschuldige in
over het doel van de betekening. Deze betekening is kosteloos.
Om de verjaring te stuiten kan een dwangbevel meer dan éénmaal worden
betekend. Als de ontvanger de verjaring van een rechtsvordering tot
betaling stuit door een schriftelijke mededeling, maakt hij die
schriftelijke mededeling bekend aan de belastingschuldige.
27.4. Schorsing van de verjaring
Uitstel van betaling voor een gedeelte van de belastingaanslag verlengt
de verjaringstermijn voor de gehele belastingaanslag.
27.5. Afstand van verjaring
Van eenmaal verkregen verjaring kan afstand worden gedaan. De ontvanger
beroept zich echter alleen op afstand van verjaring, als zonder meer
duidelijk is dat de belastingschuldige daadwerkelijk bedoelt afstand van
de verjaring te doen.
27.6. Rente en kosten en verjaring
De op een belastingaanslag belopen rente en kosten zijn onlosmakelijk
met de belastingaanslag verbonden. Als voor een belastingaanslag de
verjaring is ingetreden, laat de ontvanger dus ook voor de rente en
kosten invordering en verrekening achterwege.
27.7.Na verjaring geen civiele invordering
Na intreding van de verjaring maakt de ontvanger geen gebruik van de
mogelijkheid om een belastingschuld in te vorderen door middel van een
dagvaarding.
Artikel 27.8 Verjaring van belastingteruggaven
Voor de verjaring van belastingteruggaven geldt eenzelfde
verjaringstermijn als voor belastingschulden. Na verjaring ontstaat een
natuurlijke verbintenis. De ontvanger zal een beroep op de verjaring
doen, tenzij hij gerede twijfel heeft of de belastingaanslag aan de
belastingschuldige is bekendgemaakt.