Voor de toepassing van deze verordening wordt:

a.

onder gemeentelijke riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater begrepen;

b.

onder afvalwater verstaan water en stoffen die worden afgevoerd via de gemeentelijke riolering;

c.

onder eigendom verstaan een roerende of een onroerende zaak;

d.

onder verbruiksperiode verstaan de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft.