Naar hoofdinhoud
1.. De in artikel 1 bedoelde tegemoetkoming wordt verleend in de kosten van het geven van godsdienst- en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs aan de leerlingen van de groepen 6 tot en met 8 van de openbare scholen voor basisonderwijs. 2.. Geen tegemoetkoming wordt verleend in de kosten van godsdienst- of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs voor zover gegeven aan groepen, welke - ook na combinatie van groepen en/of leerlingen van dezelfde school - uit minder dan 10 leerlingen bestaan. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders afwijking van dit aantal toestaan onder door hen te stellen voorwaarden. 3.. Voor de beoordeling van de grootte van de groep geldt het aantal deelnemende leerlingen naar de toestand op 16 januari van het jaar waarvoor de tegemoetkoming wordt gevraagd. 4.. Elke leerling mag voor de berekening van de tegemoetkoming slechts eenmaal meetellen. 5.. Splitsing van een groep op zodanige wijze, dat daardoor aan die groep in totaal meer dan één wekelijks lesuur moet worden gegeven is niet toegestaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel