Voor het verkrijgen van de in artikel 7 bedoelde tegemoetkoming
zendt de in artikel 1 bedoelde instantie binnen een maand na afloop
van het kalenderjaar bij burgemeester en wethouders een opgave in,
vermeldende voor elke school afzonderlijk:
de naam van de leerkracht(en), die met het geven van
godsdienstonderwijs belast was (waren);
de dagen en uren, gedurende welke de lessen werden
gegeven;
de groepen, waarin de lessen werden gegeven;
de aantallen leerlingen, die iedere les hebben
bijgewoond.
De in het eerste lid bedoelde opgave wordt vóór de inzending door de
directeur van de betreffende school gewaarmerkt.
Burgemeester en wethouders kunnen op verzoek een voorschot op de
tegemoetkoming verlenen.
Artikel 8
Artikel 8
Onderdeel van Tegemoetkoming godsdienst- en levensbeschouwelijk onderwijs verordening