Ter voldoening aan het gestelde in artikel 18, lid 3 van de WWB, danwel
artikel 41, lid 3 van de WIJ dient bij een verlaging, die met toepassing
van artikel 7, lid 2, sub c van deze verordening op 3 maanden is
vastgesteld, aan het einde van die termijn te worden vastgesteld of
belanghebbende de tekortkomingen heeft hersteld. Indien dit niet het
geval is, dan is artikel 4, lid 2 van deze verordening van toepassing.
Indien de verlaging plaatsvindt in het kader van recidive als bedoeld
in artikel 4, lid 2 van deze verordening, vindt de heroverweging na
maximaal 3 maanden na de ingangsdatum van de verlaging plaats, waarbij,
indien belanghebbende de tekortkomingen heeft hersteld, alsnog besloten
kan worden tot een nadere afstemming of een afzien van de verlaging. Dit
artikel is niet van toepassing op de verlaging als genoemd in artikel 4,
lid 1, sub e.