In deze verordening wordt verstaan onder:
de WWB: de Wet Werk en Bijstand;
de WIJ: de Wet Investeren in Jongeren;
de belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks
bij een besluit is betrokken (Algemene Wet Bestuursrecht) en
welke in deze verordening ook wordt aangeduid met “hij” of
“hem”;
de alleenstaande in het kader van de berekening van de
WWB-uitkering:
de ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of
ouder) die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen
gezamenlijke huishouding voert met een ander tenzij het betreft
een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de
tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de
tweede graad sprake is van zorgbehoefte;
de alleenstaande in het kader van de berekening van de
WIJ-inkomensvoorziening:
de ongehuwde van 21 tot 27 jaar die geen tot zijn last komende
kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een
ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of
een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
zorgbehoefte;
de alleenstaande ouder in het kader van de berekening van
de
WWB-uitkering:
de ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of
ouder) die de volledige zorg heeft voor één of meer tot zijn
last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met
een ander tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad
of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de
bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
zorgbehoefte;
de alleenstaande ouder in het kader van de berekening van
de
WIJ-inkomensvoorziening:
de ongehuwde van 21 tot 27 jaar die de volledige zorg heeft voor
één of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke
huishouding voert met een ander tenzij het betreft een
bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede
graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad
sprake is van zorgbehoefte;
de gehuwde in het kader van de berekening van de
WWB-uitkering:
een persoon van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of
ouder) die gehuwd, of geregistreerd partner is en wiens partner
eveneens 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder)
is;
als gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) die
met een ongehuwde van 21 jaar of ouder * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) een gezamenlijke huishouding
voert, tenzij het een bloedverwant in de eerste graad betreft;
als ongehuwde wordt mede aangemerkt degene van 21 jaar of ouder
* (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) die duurzaam gescheiden
leeft van de van degene waarmee hij gehuwd is;
van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen
van 21 jaar * (per 1 juli 2010: 27 jaar of ouder) of ouder hun
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg
te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een
bijdrage in de kosten van de huishouding danwel anderszins;
een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig
geacht indien de belanghebbenden hun hoofdverblijf hebben in
dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de uitvoering
van de WWB of de WIJ als gehuwden zijn aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
plaatsgevonden van een kind van de één door de ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de
huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract;
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een
gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt
met de gezamenlijke huishouding bedoeld in het voorgaande.
van duurzaam gescheiden leven is sprake als:
het een door één of beide belanghebbenden gewilde verbreking van
de echtelijke of daarmee gelijkgestelde samenleving betreft,
en
beide belanghebbenden afzonderlijk van elkaar een eigen leven
leiden, als waren zij niet met elkaar gehuwd, en
deze toestand door tenminste één belanghebbende als bestendig
wordt gezien.
(Indien bij aanvraag WWB door belanghebbende gedurende de
periode 1-10-2009 tot 1-7-2010 de partner 21 tot 27 jaar is, dan
valt deze partner onder artikel 28 WIJ en wordt de gehuwde of de
daaraan gelijkgestelde behandeld als ware hij een alleenstaande en
wordt diens WWB-uitkering berekend overeenkomstig de wijze genoemd
in artikel 24 WWB)
de gehuwde in het kader van de berekening van de
WIJ-inkomensvoorziening:
een persoon van 21 tot 27 jaar die gehuwd, of geregistreerd
partner is;
als gehuwde wordt mede aangemerkt de ongehuwde van 21
tot 27 jaar die met een ongehuwde van 21 tot 27 jaar een
gezamenlijke huishouding voert, tenzij het een
bloedverwant in de eerste graad betreft;
als ongehuwde wordt mede aangemerkt degene van 21 tot 27
jaar die duurzaam gescheiden leeft van de van degene
waarmee hij gehuwd is;
van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee
personen, waarvan één 21 tot 27 jaar is hun
hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk
geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het
leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding
danwel anderszins;
een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval
aanwezig geacht indien de belanghebbenden hun
hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de
uitvoering van de WIJ of de WWB als gehuwden zijn
aangemerkt;
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft
plaatsgevonden van een kind van de één door de
ander;
zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage
aan de huishouding krachtens een geldend
samenlevingscontract;
zij op grond van een registratie worden aangemerkt als
een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking
overeenkomt met de gezamenlijke huishouding bedoeld in
het voorgaande.
van duurzaam gescheiden leven is sprake als:
het een door één of beide belanghebbenden gewilde
verbreking van de echtelijke of daarmee gelijkgestelde
samenleving betreft, en
beide belanghebbenden afzonderlijk van elkaar een eigen
leven leiden, als waren zij niet met elkaar gehuwd,
en
deze toestand door tenminste één belanghebbende als
bestendig wordt gezien.
(Indien de partner 18 tot 21 óf 27 jaar en ouder is, wordt voor
de gehuwde of de daaraan gelijkgestelde de WIJ-inkomensvoorziening
berekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van de WIJ)
het kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of
stiefkind;
het ten laste komende kind: het kind, jonger dan 18
jaar, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op
kinderbijslag kan maken;
de woning: een besloten ruimte, die, al dan niet
tezamen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is
voor bewoning door een huishouden (Huisvestingswet);
onder een woning wordt tevens verstaan een woonwagen en
een woonschip;
de woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende
rekenhuur als bedoeld in de Wet op de Huurtoeslag;
indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de
in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen
zakelijke lasten;
indien een woonwagen in huur danwel in eigendom wordt bewoond,
de tot een bedrag per maand herleidde woonkosten;
onder zakelijke lasten wordt verstaan:
het eigenaarsdeel van de onroerend zaakbelasting.
de waterschapslasten (excl. verontreinigingsheffing en
ingezetenenheffing).
een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor de
kosten van groot onderhoud.
de hoofdbewoner: de persoon op wiens naam de woning
staat en in die woning zijn hoofdverblijf heeft;
de inwonende: de persoon die zijn hoofdverblijf in
een woning heeft waarvan hij niet de hoofdbewoner is;
het wettelijk minimumloon: het minimumloon per maand,
genoemd in artikel 8, lid 1, sub a van de Wet minimumloon en
minimumvakantietoeslag, verhoogd met de aanspraak op
vakantietoeslag waarop een werknemer op grond van artikel 15 van
die wet over dat minimumloon ten minste aanspraak kan maken, na
aftrek van de daarvan in te houden loonbelasting, premies
volksverzekeringen en de vergoeding als bedoeld in artikel 46
van de Zorgverzekeringswet.
de verzorgingsbehoevende: degene die, indien hij niet
bij een andere persoon zou inwonen, volgens een advies van de
GGD zou zijn aangewezen op beroepsmatige hulp in de vorm van
verzorging in een verzorgings- of een verpleegtehuis;
de crisissituatie: een situatie van noodopvang bij
een andere persoon of personen nadat men door omstandigheden
niet meer beschikt over woonruimte, voor zolang deze situatie
niet langer duurt dan twee maanden;
de kostganger: een persoon die aantoonbaar tegen
betaling van een commerciële prijs kost en inwoning bij een
andere persoon of personen heeft;
onder een commerciële prijs wordt verstaan:
een bedrag ter hoogte van minimaal 40% van het
wettelijk minimumloon per maand.
de onderhuurder: een persoon die aantoonbaar tegen
betaling van een commerciële prijs een deel van een woning van
een persoon of personen huurt;
onder een commerciële prijs wordt verstaan:
een bedrag ter hoogte van minimaal 15% van het
wettelijk minimumloon per maand.
de zwervende: een persoon die geen woning
bewoont;
de woningkraker: een persoon die een woning bewoont
waaraan geen woonkosten geacht worden te zijn verbonden, tenzij
aantoonbaar het tegendeel blijkt;
inkomsten uit vakantiewerk: inkomsten uit arbeid van
inwonende studerende kinderen die tijdens de vastgestelde
schoolvakanties worden verworven;
onder studerende kinderen worden in dit verband
verstaan:
kinderen die studerend zijn en na de
vakantieonderbreking de studie weer voortzetten.
het college: het college van Burgemeester en
Wethouders van de gemeente Achtkarspelen óf de gemeente
Kollumerland c.a.
de gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente
Achtkarspelen óf de gemeente Kollumerland c.a.
* die géén WIJ-gerechtigde is
Hoofdstuk 1.
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordening Toeslagen en Kortingenbeleid WWB en WIJ