**1..** De WIJ-norm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande
of de alleenstaande ouder hogere algemene noodzakelijke kosten van
het bestaan heeft dan waarin de WIJ-norm voorziet, als gevolg van
het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een
ander.
**2..** a. De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de
alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21
tot 27 jaar of ouder met zijn ten laste komende kinderen in wiens
woning géén ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
hoofdverblijf heeft bepaald op het in artikel 30, lid 2 van de WIJ
genoemde maximumbedrag.
Het maximumbedrag van de toeslag wordt voor de alleenstaande
van 21 jaar bepaald op 10% van het wettelijk
minimumloon.
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 21 jaar en 22 tot
27 jaar en de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar, die
hoofdbewoner is, eveneens in principe bepaald op het
betreffende maximumbedrag indien in de woning hoofdverblijf
heeft:
een verzorgingsbehoevende;
iemand die in verband met een crisissituatie wordt
opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan
maximaal twee maanden;
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en
de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens in
principe bepaald op het maximumbedrag indien men kostganger
of onderhuurder is.
De toeslag wordt voor de alleenstaande van 22 tot 27 jaar en
de alleenstaande ouder van 21 tot 27 jaar eveneens voor de
duur van maximaal twee maanden in principe bepaald op het
maximumbedrag indien men vanwege een crisissituatie bij een
ander wordt opgevangen.
**3..** a. De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
alleenstaande van 22 tot 27 jaar en de alleenstaande ouder van 21
tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen in wiens woning één
ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf
heeft 10% van het wettelijk minimumloon.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de
alleenstaande van 21 jaar in wiens woning één ander, waarmee
kosten kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 5%
van het wettelijk minimumloon.
Voor de alleenstaande van 21 tot 27 jaar en de alleenstaande
ouder van 21 tot 27 jaar met zijn ten laste komende kinderen
in wiens woning meer dan één ander, waarmee kosten kunnen
worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bestaat geen recht
op een toeslag.
Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel
worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een
daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één
ander.
Voor de toepassing van de leden a, b en c van dit artikel
geldt de lagere toeslag bij voorrang voor de inwonende.
Kosten kunnen worden gedeeld indien:
een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar
inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm
bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli
2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd
met 20% van het wettelijk minimumloon.
een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
vermeerderd met 20% van het wettelijk
minimumloon.
een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of
ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70%
van het wettelijk minimumloon.
de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners
van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten
hebben ter hoogte van tenminste 100% van het
wettelijk minimumloon.
Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
delen.
Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte
van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).