**1..** De WIJ-norm als bedoeld in artikel 28 WIJ voor de gehuwde of de
partner uit een daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27
jaar met of zonder ten laste komende kinderen wordt lager
vastgesteld indien de met elkaar gehuwden of de partners van een
daarmee gelijkgestelde samenleving lagere algemene noodzakelijke
kosten van het bestaan hebben dan waarin de WIJ-norm voorziet, als
gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten
met een ander.
**2..** a. De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder ten
laste komende kinderen in wiens woning géén ander, waarmee kosten
kunnen worden gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft bepaald op het in
artikel 28 van de WIJ genoemde toepasselijke normbedrag.
De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar, die
hoofdbewoner is, met of zonder ten laste komende kinderen
eveneens in principe bepaald op het in artikel 28 van de WIJ
genoemde toepasselijke normbedrag indien in de woning
hoofdverblijf heeft:
een verzorgingsbehoevende;
iemand die in verband met een crisissituatie wordt
opgevangen, zolang deze opvang niet langer duurt dan
maximaal twee maanden;
De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of
zonder ten laste komende kinderen eveneens in principe
bepaald op het in artikel 28 van de WIJ genoemde
toepasselijke normbedrag indien men kostganger of
onderhuurder is.
De WIJ-norm wordt voor de gehuwde of de partner uit een
daarmee gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of
zonder ten laste komende kinderen eveneens voor de duur van
maximaal twee maanden in principe bepaald op het in artikel
28 van de WIJ genoemde toepasselijke normbedrag indien men
vanwege een crisissituatie bij een ander wordt
opgevangen.
**3..** a. De korting op de WIJ-norm als bedoeld in het eerste lid bedraagt
voor de gehuwde of de partner uit een daarmee gelijkgestelde
samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder ten laste komende
kinderen in wiens woning één ander, waarmee kosten kunnen worden
gedeeld, zijn hoofdverblijf heeft 10% van het wettelijk
minimumloon.
De korting op de WIJ-norm als bedoeld in het eerste lid
bedraagt voor de gehuwde of de partner uit een daarmee
gelijkgestelde samenleving van 21 tot 27 jaar met of zonder
ten laste komende kinderen in wiens woning meer dan één
ander, waarmee kosten kunnen worden gedeeld, zijn
hoofdverblijf heeft 20% van het wettelijk minimumloon.
Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel
worden twee met elkaar gehuwden of de partners van een
daarmee gelijkgestelde samenleving aangemerkt als één
ander.
Voor de toepassing van de leden a en b van dit artikel geldt
de korting in eerste instantie voor de inwonende met elkaar
gehuwden of partners van een daarmee gelijkgestelde
samenleving met of zonder hun ten laste komende
kinderen.
Kosten kunnen worden gedeeld indien:
een niet ten laste komend kind van 16 tot 18 jaar
inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de norm
bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1 juli
2010), danwel art 26, sub a van de WIJ, vermeerderd
met 20% van het wettelijk minimumloon.
een inwonende of mede-hoofdbewoner van 18 tot 21
jaar inkomsten heeft ter hoogte van tenminste de
norm bedoeld in art 20 van de WWB (vervalt per 1
juli 2010), danwel art 26, sub a van de WIJ,
vermeerderd met 20% van het wettelijk
minimumloon.
Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
blijven hierbij buiten beschouwing.
een inwonende of mede-hoofdbewoner van 21 jaar of
ouder inkomsten heeft ter hoogte van tenminste 70%
van het wettelijk minimumloon.
Inkomsten uit vakantiewerk alsmede de inkomsten uit
studiefinanciering van de eigen of stiefkinderen
blijven hierbij buiten beschouwing.
de inwonende twee met elkaar gehuwden of de partners
van een daarmee gelijkgestelde samenleving inkomsten
hebben ter hoogte van tenminste 100% van het
wettelijk minimumloon.
Inwonenden worden niet geacht onderling kosten te kunnen
delen.
Inwonenden worden geacht ten allen tijde met de
hoofdbewoner(s) kosten te kunnen delen, ongeacht de hoogte
van de inkomsten van de hoofdbewoner(s).