Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 18:1:6:1

Tegemoetkoming woon- werkverkeer

Onderdeel van CAR/UWO

De betrokkene, die vanwege het dienstbelang de verplichting is opgelegd te verhuizen c.q. de betrokkene die buiten het woongebied woonachtig is en voorafgaande aan de indiensttreding heeft verklaard binnen twee jaar na de datum van indiensttreding te verhuizen naar het woongebied heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de reiskosten tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, tot aan de datum van verhuizing, doch voor een maximale periode van twee jaar. Een betrokkene als bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen, heeft, tenzij van gemeentewege al dan niet tegen betaling in huisvesting wordt voorzien, aanspraak op een tegemoetkoming in de pensionkosten voor verblijf in een pension in het woongebied, benevens een tegemoetkoming voor ten hoogste éénmaal per week in de reiskosten naar de plaats waar hij metterwoon nog gevestigd is. Een betrokkene, die in aanmerking komt voor een vergoeding als bedoeld in lid 1, ontvangt deze vergoeding pas nadat hij een verklaring heeft ondertekend, dat hij de ontvangen vergoeding zal terugbetalen indien hij niet is verhuisd binnen de gestelde termijn van twee jaar. Op het terug te betalen bedrag wordt in mindering gebracht de vergoeding die betrokkene zou hebben ontvangen op grond van de “regeling tegemoetkoming reiskosten woon-werkverkeer”. Een betrokkene die een functie tijdelijk voor betrekkelijk korte duur (in de regel tot 2 jaar) bekleedt, of voor betrekkelijk korte duur elders is geplaatst en als gevolg daarvan niet behoeft te verhuizen, kan een tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden verleend, dan wel een tegemoetkoming overeenkomstig het tweede lid, indien de betrokkene naar het oordeel van het bevoegde bestuursorgaan niet dagelijks heen en weer kan reizen.

Rechtspraak bij dit artikel