De leidinggevende bepaalt, in overleg met de medewerker, de datum en het tijdstip waarop het beoordelingsgesprek zal plaatsvinden.
De leidinggevende maakt aan de hand van het beoordelingsformulier de beoordeling op. Zonodig kan hij hier hiervoor één of meer informanten raadplegen.
Tegen de inhoud van het gesprek, de gemaakte afspraken en/of aanbevelingen kan door de medewerker gemotiveerd bezwaar worden gemaakt binnen zes weken na ontvangst van de beoordeling bij het college van burgemeester en wethouders.