Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting op grond van artikel 9 van de wet niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in vier categorieën, als volgt.
Eerste categorie:
het zich niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het CWI of het niet tijdig laten verlengen van de registratie;
het niet ondertekenen of het niet aan burgemeester en wethouders verstrekken van het trajectplan.
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te aanvaarden;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
gedragingen die de inschakeling in arbeid belemmeren;
het in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet, waaronder begrepen arbeidsactivering als tussendoel en zorg.
Derde categorie:
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het volledig weigeren gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel b en artikel 10, eerste lid van de wet, waaronder begrepen arbeidsactivering als tussendoel en zorg doch met uitsluiting van trajecten Werk Werkt.
Vierde categorie:
het volledig weigeren gebruik te maken van een door het college aangeboden traject Werk Werkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 7
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand