**1..** Onverminderd artikel 2, tweede en derde lid van deze verordening, wordt de maatregel vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
dertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweede categorie;
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derde categorie.
honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de vierde categorie.
**2..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 4, tweede lid van deze verordening.
**3..** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid onder d wordt éénmalig per bijstandsperiode met terugwerkende kracht gehalveerd, indien de belanghebbende binnen vier weken na de datum van het maatregelbesluit alsnog gebruik maakt van een door het college aangeboden traject Werk Werkt.
Hoofdstuk 2
Artikel 8
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand