Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 8

Artikel 10

Geen compensatie

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaltbommel 2012

Ad a Alleen inwoners van de gemeente Zaltbommel of zij die aantoonbaar op korte termijn hun hoofdverblijf in de gemeente Zaltbommel zullen hebben, kunnen voor een voorziening op grond van deze verordening in aanmerking komen. De zinsnede “of zij die aantoonbaar op korte termijn hun hoofdverblijf in de gemeente Zaltbommel zullen hebben” heeft betrekking op de situatie dat een woning aangepast dient te worden voordat belanghebbende feitelijk intrek kan nemen in de woning en daarmee inwoner van de Zaltbommel is. In eerste instantie geeft de gemeentelijke basisadministratie uitsluitsel over de vraag waar belanghebbende zijn hoofdverblijf heeft. In overige gevallen dient een ondertekende koopakte dan wel huurovereenkomst te worden overgelegd. Ad b Algemeen gebruikelijke voorzieningen komen niet voor verstrekking in aanmerking. Dit betekent dat het college geen voorzieningen verstrekt waarover belanghebbende, gezien zijn individuele situatie, ook zonder zijn beperkingen zou kunnen beschikken. Ad c Voorbeelden van wettelijke voorliggende voorzieningen zijn de AWBZ, Zorgverzekeringswet, Wet op de Jeugdzorg, TOG 2000, Leerlingenvervoer en WIA. De Wmo zélf bepaalt in artikel 2 dat andere wettelijke voorzieningen voorrang hebben boven een individuele Wmo-voorziening. Een voorbeeld van een niet-wettelijke voorziening die voorliggend is, is de verhuiskostenvergoeding van de woningcorporatie na sloop van een woning. Als belanghebbende een beroep kan doen op één van de genoemde voorzieningen is een individuele Wmo-voorziening niet nodig. Er moet wel beoordeeld worden of die voorliggende voorziening bruikbaar is en kan leiden tot het te bereiken resultaat. Ad d Uit de Memorie van Toelichting blijkt nadrukkelijk dat het de bedoeling van de wetgever is dat mensen en hun omgeving zelf oplossingen bedenken en daarin een eigen verantwoordelijkheid hebben en nemen. Een passage uit de parlementaire stukken laat deze bedoeling zien: ´De regering wil met dit wetsvoorstel ook stimuleren dat mensen die dat kunnen, meer dan nu het geval is, zelf oplossingen bedenken in de eigen sociale omgeving voor problemen die zich voordoen. De regering stelt daarom een aantal historisch gegroeide vanzelfsprekendheden in zorg en ondersteuning ter discussie en doet een groter beroep op de eigen draagkracht.´ De bepaling onder d is een uitwerking van dit wettelijke uitgangspunt over de eigen verantwoordelijkheid. De mogelijkheid om een beroep te doen op huisgenoot, mantelzorger, vrijwilliger, uitwonende volwassen kinderen etc. moet worden verkend. Het is vervolgens ter beoordeling van het college of de medewerking redelijkerwijs kan worden gevergd. Ad e Met deze bepaling wordt bijvoorbeeld voorkomen dat een scootmobiel wordt verstrekt terwijl belanghebbende geen goede verkeersdeelnemer is of hij het voertuig niet goed kan bedienen. Ad f Gedoeld wordt op de situatie dat de belanghebbende een voorziening aanvraagt nadat deze al door de belanghebbende is gerealiseerd of aangekocht. In dat geval wordt de gemeente voor voldongen feiten gesteld. De uitzondering op deze regel ontstaat wanneer de noodzaak van de gemaakte kosten en de beoordeling of dit wel of niet de goedkoopste oplossing is voor de ervaren participatiebeperkingen alsnog gemaakt kan worden. Het risico dat de vergoeding van de gemeente lager is dan de kosten die door belanghebbende zijn gemaakt komen dan voor rekening van belanghebbende. Ad g Omstandigheden die belanghebbende worden toegerekend zijn roekeloos gedrag en verwijtbare onachtzaamheid met betrekking tot de eerder vergoede of verstrekte voorziening. In die situaties wordt een voorziening geweigerd als de normale afschrijvingstermijn van de eerder vergoede of verstrekte voorziening nog niet is verstreken. Ad h Het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw is vastgesteld in het Bouwbesluit 20063. Woonvoorzieningen die op dat uitrustingsniveau worden verstrekt, zijn in beginsel van voldoende kwaliteit. Duurdere of andere voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. Garages vallen bijvoorbeeld niet onder bedoeld uitrustingsniveau. Een duidelijke begrenzing dus. Ingeval vanuit welstandstoezicht hogere eisen worden gesteld, kan het college een uitzondering maken op deze bepaling. Over de hiermee gepaard gaande kosten moeten in een concrete situatie afspraken worden gemaakt. Ook bij hulp bij het huishouden speelt deze bepaling een rol. Indien bijvoorbeeld aanzienlijk meer hulp wordt gevraagd dan gebruikelijk vanwege de grootte van de woning, geeft deze bepaling een begrenzing aan de omvang van de hulp. Ad i In sommige gevallen maken mensen al jaren gebruik van een bepaalde voorziening en vragen zij na het optreden van een beperking een individuele Wmo-voorziening aan in verband met deze beperking. Zo´n situatie kan leiden tot de conclusie dat de beperkingen geen extra kosten met zich meebrengen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel