Eerste lid
In lid 1 van artikel 11 wordt geschetst wat het te bereiken resultaat is ten aanzien van een schoon en leefbaar huis. Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is volgens de normen zoals die tot nu toe zijn gehanteerd. Schoon is een subjectief begrip. Wat betreft de vraag wat onder schoon verstaan moet worden wordt aangesloten bij de activiteiten zoals die zijn geformuleerd in het zijn normen geformuleerd in de beleidsregels.
Die normen zijn ontleend aan gangbare ideeën die bestaan in de maatschappij. Er zijn ook beperkingen ten aanzien van de omvang van de woning, zoals het aantal kamers, de oppervlakte van de kamers, waarbij uitgangspunt is de omvang van een nieuwe woning binnen de sociale woningbouw. Dit uitgangspunt is niet star: er zijn altijd mogelijkheden bij te stellen naar boven of naar beneden (maatwerk). Ramen lappen aan de buitenkant valt van oudsher buiten de gemeentelijke plicht. Maar een aanvrager kan met een (sterk) afwijkende vraag ten aanzien van het onderdeel omvang sociale woningbouw geen compensatie afdwingen voor het meerdere boven het niveau van de sociale woningbouw. Dit zal in de beleidsregels nader worden uitgewerkt. Onder de ruimten die onder dit principe vallen zijn te rekenen: een woonkamer, de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de keuken en de sanitaire ruimten. Ook een balkon of een eventuele berging die daadwerkelijk in gebruik is, zal meegenomen worden.
Tweede lid
In lid 2 van artikel 11 wordt geschetst welke individuele voorzieningen ingezet kunnen worden om het schone en leefbare huis te bereiken. Dat gaat allereerst via licht en zwaar huishoudelijk werk, d.w.z. om het droog en nat schoon en stofvrij maken en houden van de woning. Daarbij valt bijvoorbeeld het reinigen van de ramen aan de buitenkant niet onder de compensatieplicht, omdat daarvoor een algemeen gebruikelijke voorziening bestaat: de glazenwasser. Het aantal benodigde uren voor deze activiteiten wordt bepaald aan de hand van een normenschema dat is opgesteld in samenwerking met de aanbieders van HH en dat door jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is geaccepteerd als een redelijk uitgangspunt voor de bepaling van de omvang van de hulp.
Derde lid
Lid 3 van artikel 11 gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt bij het vaststellen van het al dan niet van toepassing zijn van het protocol gebruikelijke zorg rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid vanaf 18 jaar. Wanneer die in staat zijn huishoudelijke werkzaamheden die onder de compensatieplicht vallen over te nemen, dan is er geen aanleiding om een voorziening in te zetten. Alle huisgenoten vanaf 18 jaar zijn met elkaar verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat wanneer één van de huisgenoten die het huishoudelijke werk doet uitvalt, via een herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig afwezig zijn of anderszins niet in staat zijn de huishoudelijke taken over te nemen, zal er een plicht tot compensatie bestaan. Ook de tot het huishouden behorende personen jonger dan 18 jaar, zoals thuiswonende kinderen, worden geacht hun bijdrage aan het huishouden te leveren door hun kamer bij te houden en hand- en spandienst te verrichten.
Om vast te stellen of er sprake is van gebruikelijke zorg, wordt in het onderzoek naar de noodzaak voor het treffen van een voorziening op grond van de Wmo de aanwezigheid en de belastbaarheid van huisgenoten meegenomen. Niet gewend zijn huishoudelijk werk te verrichten is geen reden tot compensatie. Eventueel is het mogelijk om tijdelijke ondersteuning te bieden in het aanleren van de benodigde huishoudelijke taken. Dreigende overbelasting zal door gericht onderzoek vastgesteld moeten worden.
Vierde lid
Lid 4 bepaalt dat er geen voorziening wordt toegekend als er sprake van gebruikelijke zorg en er geen reden is om aan te nemen dat deze gebruikelijke zorg niet uitgevoerd kan worden. Omdat maatwerk in de individuele situatie noodzakelijk is, zal nauwkeurig onderzoek gedaan moeten worden naar de passendheid van de voorzieningen.
HOOFDSTUK 8
Artikel 11
Een schoon en leefbaar huis
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Zaltbommel 2012