**1..** Onder horecabedrijf wordt in deze paragraaf verstaan:
een inrichting waarin een horecabedrijf of een
slijtersbedrijf, als bedoeld in artikel 3 van de Drank-
en horecawet, wordt uitgeoefend, alsmede de daarbij
behorende open aanhorigheden en voor publiek
toegankelijke plaatsen waarvoor een ontheffing, als
bedoeld in artikel 35 van de Drank- en horecawet,
geldt;
alle voor het publiek toegankelijke lokaliteiten, open
plaatsen, tuinen of gedeelten daarvan, zomede de daarbij
behorende terrassen en de daarmee gemeenschap hebbende
vertrekken die niet uitsluitend als woning of winkel,
als bedoeld in de Winkeltijdenwet worden gebruikt, voor
zover daar bij wijze van hoofdfunctie of overwegende
nevenfunctie gelegenheid wordt gegeven om al dan niet
tegen betaling enigerlei eetwaren en/of alcoholvrije
drank te verkrijgen en/of te gebruiken;
afhaalcentra, zijnde inrichtingen waar uitsluitend
eetwaren en/of alcoholvrije drank elders dan ter plaatse
gebruikt worden en waar de eetwaren worden
voorbereid;
in ieder geval een hotel, restaurant, pension, café,
cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
clubhuis.
**2..** Onder horecabedrijf als bedoeld in het eerste lid wordt mede
verstaan: een bij dit bedrijf behorend terras en de andere
aanhorigheden.
**3..** Een terras in de zin van deze paragraaf is een buiten de
besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het
horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
waar al dan niet tegen betaling dranken kunnen worden geschonken
of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
verstrekt.
**4..** Onder houder (hoofdbeheerder) wordt in deze paragraaf verstaan:
degene die een horecabedrijf exploiteert op grond van het
bepaalde in artikel 2.28.
**5..** Onder (mede-) beheerder wordt in deze paragraaf verstaan: degene
die onmiddellijk leiding geeft aan de exploitatie van een
inrichting en als zodanig doorgaans gedurende de openingstijden
in de inrichting aanwezig dient te zijn.
**6..** Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:
de gezinsleden van de houder danwel beheerder, alsmede
zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte
lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde
graad;
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in
artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede
personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het
Wetboek van Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens
dringende redenen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 2. › AFDELING 8.
Artikel 2:27
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009