Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › AFDELING 8.

Artikel 2:28

Exploitatievergunning horecabedrijf

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2009

1.. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2.. Het exploiteren van bepaalde categorieën inrichtingen, genoemd in artikel 2.27, lid 1, onder a t/m d, kan, al dan niet beperkt tot een bepaald gebied, geheel of gedeeltelijk van vergunningsplicht worden vrijgesteld; de horeca-inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2.27, lid 1, sub a en feesttenten worden van een vergunningsplicht vrijgesteld. Aan de onder a genoemde vrijstellingen kunnen nadere regels gesteld worden. De exploitatie van een horeca-inrichting, waarop een vrijstelling als in sub a van toepassing is, dient zodanig te geschieden dat daardoor de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de openbare orde niet op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Aan de exploitatievergunning kunnen voorschriften verbonden worden. De burgemeester kan voor het verkrijgen van een vergunning een aanvraagformulier vaststellen. 3.. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan en op naam gezet van de houder (hoofdbeheerder) van de inrichting; de vergunning is niet overdraagbaar. Naast de houder dient er minimaal een (mede-)beheerder op de vergunning vermeld te worden. Bij de aanvraag dient een niet meer dan drie maanden tevoren ten behoeve van de (mede-)beheerder(s) afgegeven verklaring omtrent het gedrag overgelegd te worden. Als een horeca-inrichting door een NV of BV wordt geëxploiteerd, zal bij de directie Bestuurszaken van het ministerie daarover navraag worden gedaan. Indien er sprake is van een NV of BV in oprichting (i.o.), kan er een door de minister af te geven verklaring van geen bezwaar worden verlangd. 4.. De burgemeester beslist binnen acht weken na de datum waarop de aanvraag met bijbehorende bescheiden is ontvangen. De burgemeester kan zijn beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. De aanvrager van de vergunning wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk in kennis gesteld van de verdaging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel