Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3:1:1:4

De functietypering en -waardering

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1. De afdelingsmanager kan een verzoek indienen voor het opstellen van een nieuwe functietypering. Lid 2. Met het oog op de toepasbaarheid van functietyperingen voor de gehele organisatie, stelt de functiedeskundige de concept-functietypering op. Lid 3. De afdelingsmanager bespreekt de concept-functietypering met de betrokken functiehouder(s). Lid 4. Indien er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 3:1:1:3 lid 1 b zullen in overleg met de commissie voor Georganiseerd Overleg afspraken worden gemaakt over de wijze waarop de concept-typeringen met de functiehouders worden besproken. Lid 5. Naar aanleiding van de bespreking van de typering en een organisatie brede toetsing, past de functiedeskundige zo nodig de functietypering aan. Lid 6. De afdelingsmanager legt de concept-functietypering ter voorlopige vaststelling voor aan de concerndirectie. Lid 7. De functiedeskundige stelt voor deze voorlopig vastgestelde functietypering een concept waarderingsadvies op. Lid 8. De voorlopig vastgestelde functietypering wordt samen met het concept-waarderingsadvies aan de waarderingscommissie als bedoeld in artikel 3:1:1:5 ter waardering voorgelegd. Lid 9. De secretaris/algemeen directeur legt de concept-functietypering met het advies van de waarderingscommissie ter vaststelling voor aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel