Naar hoofdinhoud
De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de WWB bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten is in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met uitsluitend: een bloedverwant in de eerste graad waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 4, vijfde lid, van de WWB, vanwege zorg tussen die bloedverwant en de alleenstaande of de alleenstaande ouder; een bloedverwant in de tweede graad waarbij sprake is van zorg als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de WWB, tussen die bloedverwant en de alleenstaande of de alleenstaande ouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel