Naar hoofdinhoud
De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor een belanghebbende die met één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft in dezelfde woning. Van het niet kunnen delen van de algemeen noodzakelijke kosten is in ieder geval sprake, indien de woning wordt bewoond met uitsluitend: een bloedverwant in de eerste graad waarbij toepassing wordt gegeven aan artikel 4, vijfde lid, van de WWB, vanwege zorg tussen die bloedverwant en een van de resterende leden van het gezin; een bloedverwant in de tweede graad waarbij sprake is van zorg als bedoeld in artikel 4, vijfde lid, van de WWB, tussen die bloedverwant en een van de gezinsleden.

Rechtspraak bij dit artikel