Naar hoofdinhoud
In de gezinsnorm is al rekening gehouden met het feit dat partners de kosten van het huishouden met elkaar volledig kunnen delen. Indien in de woning nog een ander dan diegenen die tot het gezin behoren zijn hoofdverblijf heeft, kunnen de noodzakelijke kosten nog verder gedeeld worden. Daarbij is de mate waarin de kosten daadwerkelijk met elkaar kunnen worden gedeeld niet van belang. Dat is een verantwoordelijkheid van belanghebbenden zelf. Ingevolge artikel 26 WWB verlagen wij de gezinsnorm volgens het vigerende beleid. Ook voor gezinnen geldt dat artikel 18 lid 1 WWB met zich kan meebrengen dat van een verlaging wordt afgezien. Wat daarover bij artikel 3 is gesteld geldt mutatis mutandis eveneens voor artikel 5. Om die reden is in het tweede lid opgenomen dat geen verlaging op de norm van de ouderhoofdbewoner wordt toegepast als deze een thuiswonend, meerderjarig studerend kind heeft dat voldoet aan artikel 4, tweede lid, WWB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel