1 Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor
het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren;
het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s;
het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen;
het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht:
het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating agency, of bij instellingen voor wiens waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%, zoals in de uitvoeringsregels (Ruddo) is bepaald;
overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact is.
derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van financiële risico’s;.
voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd;.
overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro;.
voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden overschreden.
beleid is om beleggingen in de wapenindustrie niet toe te staan en indien praktisch uitvoerbaar, zullen geen gemeentelijke middelen worden belegd in ondernemingen die gebruik maken van kinderarbeid
indien gelden voor belegging in aanmerking komen dan gelden naast de gebruikelijke bepalingen, de volgende uitgangspunten:
de belegging geschiedt bij een partij met een verantwoorde omgang met het cultureel erfgoed, dierenwelzijn, ecosystemen, mensenrechten, natuurlijke hulpbronnen, sociale structuren en volksgezondheid;
bij gelijk rendement heeft een substantieel deel duurzaam beleggen de voorkeur;
bij het daadwerkelijk duurzaam beleggen wordt het selecteren en controleren van de betrouwbaarheid van duurzame fondsen niet zelf uitgevoerd maar berust bij de tussenpersonen (banken); de kwalificatie 'duurzaam' aan een product wordt geacht aan de criteria te voldoen die onder 1 verwoord zijn
Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
Hoofdstuk III
Artikel 12:
Financieringsfunctie
Onderdeel van Financiële beheersverordening gemeente Tilburg 2012