De gemeente is op grond van de Arbeidsomstandighedenwet verantwoordelijk voor de thuiswerkplek van de (structurele) E-werker. De gemeente laat vooraf de thuiswerkplek toetsen en stelt zonodig hulpmiddelen in bruikleen beschikbaar.
De E-werker verklaart schriftelijk er zelf zorg voor te dragen dat de thuiswerkplek aan de gestelde normen van de arbowetgeving voldoet en blijft voldoen en dat volgens de eisen wordt gewerkt (inspanningsverplichting).
De E-werkplek moet aan de volgende eisen voldoen:
Een rustige werkomgeving
De E-werker draagt zelf zorg voor een goede werkruimte waar gewerkt kan worden zonder te zeer gestoord te worden.
Een goede bureaustoel
Als de E-werker thuis geen goede bureaustoel heeft, verstrekt de gemeente er één in bruikleen (op advies na toetsing E-werkplek). Heeft de E-werker op Arbo-advies op kantoor een speciale stoel, dan heeft degene die thuis ook nodig.
Een bureau (werktafel)
Een in hoogte instelbaar bureau of een bureau met een vaste hoogte van 74 of 75 cm. Als het bureau te hoog is wordt een voetensteun gebruikt. Bij werken met een laptop verdienen een los toetsenbord en een losse muis de voorkeur. De gemeente stelt deze voorzieningen niet beschikbaar (ook geen tegemoetkoming in de aanschafkosten ervan).
Een beeldscherm van tenminste 15 inch
Voor een goede opstelling kan de telewerker verder zonodig een beeldschermverhoger gebruiken. De gemeente stelt deze voorzieningen niet beschikbaar (ook geen tegemoetkoming in de aanschafkosten ervan).
Voldoet de thuiswerkplek niet (meer) aan de Arbo- richtlijnen, dan zal de leidinggevende besluiten dat de medewerker niet kan E-werken. Er wordt dan geen E-werkovereenkomst aangegaan dan wel de E-werkovereenkomst wordt beëindigd.